Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/3.5:3.5 Samenvatting en conclusie
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/3.5
3.5 Samenvatting en conclusie
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS305566:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk heb ik de betekenis onderzocht, in het kader van de btw-heffing, van het begrip ‘gebruiken’. Het is belangrijk vast te kunnen stellen of en zo ja, wanneer goederen en diensten zijn gebruikt. Concluderend stel ik vast dat niet-gebruik van goederen en diensten (definitief of tijdelijk) en de daaraan gekoppelde vraag naar de gevolgen voor de aftrek zich kan voordoen bij de volgende categorieën goederen en diensten:
Goederen die tot de voorraad van de belastingplichtige behoren;
Goederen waarop de belastingplichtige afschrijft, (investeringsgoederen/ materiële vaste activa) en die hij geheel of gedeeltelijk tot het bedrijfsvermogen heeft bestemd;
Diensten die kwalificeren als immateriële vaste activa of worden geactiveerd als waardetoevoeging van materiële vaste activa.
Niet-gebruik van goederen en diensten (definitief of tijdelijk) en de daaraan gekoppelde vraag naar de gevolgen voor de aftrek kan zich niet voordoen bij de volgende categorieën goederen en diensten:
Goederen niet zijnde voorraad of materiële vaste activa;
Andere diensten dan de diensten die worden geactiveerd als immateriële vaste activa of als waardetoevoeging van materiële vaste activa.
Schematisch kan een en ander als volgt worden weergegeven:
Goederen
Materiële vaste activa
→ Investeringsgoederen die geheel zijn opgenomen in het bedrijfsvermogen → (tijdstip van) gebruik van geval tot geval vaststellen
→ Investeringsgoederen bestemd voor gebruik voor bedrijfsdoeleinden en voor andere dan bedrijfsdoeleinden → etikettering → bij gehele of gedeeltelijke opname in bedrijfsvermogen → (tijdstip van) gebruik van geval tot geval vaststellen
→ Investeringsgoederen bestemd voor gebruik voor andere dan bedrijfsdoeleinden → geen aftrek
Voorraad
→ Geen etikettering (uitsluitend bestemd voor gebruik voor bedrijfsdoeleinden) → (tijdstip van) gebruik van geval tot geval vaststellen
Overige goederen
Niet-investeringsgoederen/niet-voorraad → geen etikettering (?) → fictie van onmiddellijk gebruik
Diensten
Immateriële vaste activa
investeringsdiensten → geen etikettering (?) → (tijdstip van) gebruik van geval tot geval vaststellen
Diensten die worden geactiveerd als waardetoevoeging van materiële vaste activa → investeringsdiensten → geen etikettering (?) → gebruik van geval tot geval vaststellen
Overige diensten
niet-investeringsdiensten → geen etikettering (?) → fictie van onmiddellijk gebruik
De omvang van het aftrekrecht wordt achtereenvolgens als volgt beoordeeld en eventueel herzien:
Als het tijdstip dat de btw verschuldigd wordt in een eerder tijdvak ligt dan het tijdvak waarin de prestatie wordt verricht, hetgeen bijvoorbeeld het geval kan zijn bij vooruitbetalingen: de aftrek vindt plaats overeenkomstig de bestemming (voorgenomen gebruik);
Als het tijdstip dat de btw verschuldigd wordt in het tijdvak ligt waarin de prestatie wordt verricht of in een later tijdvak: bij de levering van de onder a1, a2 en b bedoelde goederen en het verlenen van de onder d en e bedoelde diensten vindt de aftrek plaats overeenkomstig de bestemming (voorgenomen gebruik) als de prestaties nog niet gebruikt worden of overeenkomstig het gebruik als de prestaties al gebruikt worden; bij de levering van de onder c bedoelde goederen en het verlenen van de onder f bedoelde diensten vindt de aftrek plaats overeenkomstig het gebruik van de prestaties op het tijdstip dat de prestatie wordt verricht, ook in geval van vooruitbetaling;
Als de aftrek in eerste instantie overeenkomstig de bestemming (voorgenomen gebruik) heeft plaatsgevonden vindt herziening plaats als de ondernemer de prestaties daadwerkelijk gaat gebruiken.
Bij de onder a bedoelde prestaties kan bij wijziging in het gebruik ook nog herziening plaatsvinden in de 4 (roerende zaken) of 9 (onroerende zaken) volgende boekjaren.
Het voorgaande valt als volgt in schema te brengen: