JWB 2002/362
Gerechtelijke vaststelling vaderschap, kinderalimentatie
HR 11-10-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5148
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
11 oktober 2002
- Zaaknummer
R02/017HR
- LJN
AE5148
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Afstamming en adoptie
Juridische beroepen / Rechter
Personen- en familierecht / Alimentatie
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2002:AE5148, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑10‑2002
ECLI:NL:HR:2002:AE5148, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 11‑10‑2002
- Wetingang
Art. 81 RO; art. 1:207 BW; art. 1:402 BW; art. 1:404 BW
Essentie
Gerechtelijke vaststelling vaderschap, kinderalimentatie
Samenvatting
Casus
Partijen hebben sinds 1995 een relatie met elkaar gehad, waarbij zij van augustus 1995 tot juni 1996 samenwoonden. De vrouw is de moeder van het kind, de man heeft echter geweigerd het kind als het zijne te erkennen. Hoewel hij aangeeft de biologische vader te kunnen zijn, stelt hij niet de verwekker te zijn. Hij baseert zich op een brief waarin de vrouw aangeeft niet op natuurlijke wijze kinderen te kunnen krijgen. De man voert aan dat het kind via kunstmatige wijze kan zijn verwekt. In eerder procedures is het vaderschap al aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.