Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/2.6:2.6 Conclusie
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/2.6
2.6 Conclusie
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS454588:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het voorgaande zijn de in de Nederlandse literatuur te vinden opvattingen over het vertrouwensbeginsel in het kort uiteengezet. Gebleken is dat in zeer abstracte zin overeenstemming blijkt te bestaan over het vertrouwensbeginsel. Waar in de praktijk van het vertrouwensbeginsel wordt gesproken, wordt doorgaans gedoeld op het vertrouwensbeginsel in normatief-beperkende zin. Alle auteurs zien wel enige ruimte voor een normatief-beperkend werkend vertrouwensbeginsel, in die zin dat zonder bijzondere omstandigheden, bij toetsing van een concrete samenwerking terughoudend kan worden opgetreden.
Deze normatief-beperkende werking van het vertrouwensbeginsel kan een lage of hoge drempel opwerpen om toch tot toetsing over te gaan. Een opvatting die uitgaat van een lage drempel houdt niet meer in dan dat in concrete gevallen van samenwerking niet steeds, ongevraagd of niet, elk aspect en elk detail van de samenwerking moet worden getoetst. Deze werking wijkt niet af van hetgeen in de meeste rechtsgebieden in foro gebruikelijk is en fungeert als smeerolie van de interstatelijke samenwerking.
In bepaalde specifieke situaties werpt het vertrouwensbeginsel in normatief-beperkende zin een hoge(re) drempel op. Die leidt ertoe dat een bepaald aspect van de samenwerking in het geheel niet mag of kan worden getoetst of slechts tot op zeer beperkte hoogte dan wel met een sterke ‘stelplicht’ voor de verdediging.
Discussie bestaat voorts over de precieze grondslag van dat vertrouwen. Die grondslag kan worden gevonden in het concrete rechtshulpverdrag, maar ook in een vigerend mensenrechtenverdrag.