De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/1.5.8:1.5.8 Methode van rechtsvergelijking
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/1.5.8
1.5.8 Methode van rechtsvergelijking
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS370252:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van het hiervoor beschreven empirisch onderzoek wordt de huidige zittingspraktijk in kaart gebracht en worden drie aandachtspunten voor verbetering gesignaleerd. Het boek eindigt met een aantal voorstellen bij ieder aandachtspunt dat (gezamenlijk) invulling geeft aan een goede zittingsaanpak voor comparitierechters vanuit het perspectief van doelbereik en rechtvaardigheid (hoofdstuk 10). Bij die voorstellen heb ik mij niet alleen laten inspireren door verbetervoorstellen die reeds binnen Nederland voor de comparitie na antwoord zijn gedaan, maar heb ik ook gebruik gemaakt van rechtsvergelijkend onderzoek (hoofdstuk 9). Het aantal verbetervoorstellen dat binnen Nederland voor de aanpak van een comparitie na antwoord is gedaan, is namelijk vrij beperkt en een blik op de voorstellen die in het buitenland voor (in enige mate) vergelijkbare zittingen zijn gedaan, levert mijns inziens een nuttige bijdrage.
Voor deze rechtsvergelijking dient allereerst de vraag beantwoord te worden welke landen daarbij betrokken worden. Ik heb ervoor gekozen om naar Duitsland en de Verenigde Staten te kijken. Duitsland is een voor de hand liggende keuze, omdat de civiele zitting daar — net als de comparitie na antwoord in Nederland een centrale plaats binnen de civiele procedure inneemt. Dat is in Duitsland al wat langer het geval dan in Nederland, zodat Duitsland in die zin voorop loopt. Bovendien is de Duitse civiele procedure sterk vergelijkbaar met de Nederlandse civiele procedure. Na het klaagschrift (dagvaarding) en de conclusie van antwoord volgt een zitting, waarbij de feitelijke en juridische kant van de zaak verhelderd wordt en de schikkingsmogelijkheden worden onderzocht. Daarnaast is Duitsland een interessant land voor rechtsvergelijking omdat er redelijk recent (in 2006) een grootschalige evaluatie van het Duitse procesrecht heeft plaatsgevonden en er bovendien de laatste jaren nogal wat pilots zijn geïnitieerd, waarbij rechters de mogelijkheid hebben om partijen naar een aparte schikkingsrechter te verwijzen.
De keuze voor de Verenigde Staten is vooral ingegeven door de enorme aandacht die daar bestaat voor wijze waarop rechters te werk gaan bij het beproeven van een schikking Niet alleen zijn in de Verenigde Staten verschillende gedragscodes voor rechters opgesteld, waarin dwangschikkingen expliciet verboden worden, maar er bestaat inmiddels ook de nodige rechtspraak over de vraag wanneer er al dan niet sprake is van ongeoorloofde druk vanuit de rechter bij het beproeven van een schikking Daarnaast zijn er in de literatuur behoorlijk wat verbetervoorstellen naar voren gebracht, die betrekking hebben op onderwerpen die ook relevant kunnen zijn voor de comparitie na antwoord (bijvoorbeeld het informeren van partijen, communicatie ter zitting en schikkingstechnieken).
De volgende vraag is welke methode bij die rechtsvergelijking gevolgd wordt. Ik heb ervoor gekozen om verbetervoorstellen uit Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten te bespreken die (1) op het eerste gezicht zouden kunnen leiden tot (een hogere mate van) doelbereik en rechtvaardigheid, (2) toepasbaar zouden kunnen zijn in de Nederlandse context en (3) redelijk recent zijn gedaan (vanaf ongeveer 2000). Ik heb dus geen verbetervoorstellen voor de zitting geselecteerd met het oog op bijvoorbeeld kosten en snelheid, maar alleen voorstellen die waarschijnlijk leiden tot een hoger doelbereik en/of een hogere ervaren rechtvaardigheid. Daarbij heb ik gekeken naar initiatieven van de wetgever, opgestelde richtlijnen, rechterlijke uitspraken en voorstellen die zijn gedaan in de literatuur.
Alle verbetervoorstellen uit Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten die voldoen aan de hierboven genoemde criteria komen aan de orde in hoofdstuk 9. Ik toets/evalueer die voorstellen echter niet in dat hoofdstuk. Ik beschrijf ze slechts. De toetsing volgt in hoofdstuk 10. In dat hoofdstuk breng ik in kaart wat een goede zittingsaanpak zou kunnen zijn — vanuit het perspectief van doelbereik en rechtvaardigheid — door een aantal (elkaar aanvullende) voorstellen te doen voor de werkwijze van comparitierechters. Bij ieder van die voorstellen in hoofdstuk 10 geef ik aan door welke verbetervoorstellen uit hoofdstuk 9 ik me heb laten inspireren.