Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.2.7:5.2.7 Afweging ruimte versus rechtszekerheid
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.2.7
5.2.7 Afweging ruimte versus rechtszekerheid
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS493846:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook een aanvulling is een beperking (ook al hebben partijen kennelijk zelf een leemte laten ontstaan), wanneer het niet door partijen zelf plaatsvindt.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag of goed huurderschap bestaansrecht heeft in de wet is aan het begin van dit hoofdstuk kort aan bod gekomen. Als gekeken wordt naar de werking van de open norm in kwestie valt op dat het drie facetten bevat. Goed huurderschap is:
naleving van de huurdersverplichtingen uit de huurovereenkomst;
naleving van de huurdersverplichtingen uit de wet;
het vertonen van redelijk c.q. zorgvuldig gedrag.
Dat laatste is het aspect waarin het artikel een meerwaarde biedt ten opzichte van overige wettelijke regels, voor zover die concrete voorschriften bevatten. Uit de rechtspraak blijkt dat overlast- en schadekwesties (in brede zin) onder het bereik van het artikel vallen. Ook de verplichting om onder omstandigheden mee te moeten werken aan een wijziging van het gehuurde kan onder goed huurderschap vallen. Daarmee is de vraag in hoeverre de open norm een meerwaarde heeft ten opzichte van de redelijkheid en billijkheid nog niet geheel beantwoord. De wetgever heeft die meerwaarde in ieder geval gezien, gelet op de diverse maatmannen die in de wet zijn opgenomen.
Voor zover goed huurderschap ziet op het nakomen van contractuele en wettelijke verplichtingen, wordt geen beperking gezien van de ruimte voor (proces)partijen. De rechter heeft op dat vlak (los van andere open normen zoals de redelijkheid en billijkheid) echter weinig ruimte: in beginsel zijn de door partijen gemaakte afspraken en wettelijke regels leidend.
Bij het laatstgenoemde aspect van goed huurderschap (de gedragsnorm) lijken die rollen om te keren. De rechter krijgt meer ruimte, terwijl de ruimte voor partijen (hun partijautonomie) wordt ingeperkt. Door hen gemaakte afspraken (bijvoorbeeld wat het gehuurde precies behelst) kunnen worden aangepast of aangevuld.1 In gelijke pas neemt de rechtszekerheid daar mee af.