Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS301999:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 24 OESO-modelverdrag is het non-discriminatiebeginsel neergelegd. Het eerste lid van deze bepaling verbiedt discriminatie op grond van nationaliteit. Art. 24, lid 3 tot en met lid 5 laat daarnaast niet toe om in een aantal specifieke gevallen te discrimineren op grond van inwonerschap. Het derde lid bepaalt dat een vaste inrichting die wordt gedreven door een onderneming van de andere staat, door de vaste inrichtingstaat fiscaal niet ongunstiger mag worden behandeld dan vergelijkbare ondernemingen van de vaste inrichtingstaat. Het vierde lid schrijft voor dat rente- en royaltybetalingen door een onderneming van een lidstaat aan een niet-inwoner onder dezelfde voorwaarden aftrekbaar horen te zijn als zouden gelden wanneer deze betalingen waren gedaan aan een inwoner. Het vijfde lid verbiedt om ondernemingen van een staat die eigendom zijn van personen die inwoner zijn van de andere staat, fiscaal ongunstiger te behandelen dan vergelijkbare ondernemingen.
Art. 24, lid 4, OESO-modelverdrag heeft specifiek betrekking op de aftrek van rente. Deze bepaling wordt daarom als eerste behandeld. Aangezien uit het commentaar blijkt dat ook art. 24, lid 5, OESO-modelverdrag in dit kader van belang is, komt deze bepaling daarna aan de orde. Verder komt de vraag aan bod of het eerste lid van art. 24 van belang kan zijn voor dit onderzoek. Het derde lid van deze bepaling wordt behandeld in hoofdstuk 9 dat betrekking heeft op de kapitalisatie van een vaste inrichting. Vervolgens worden de bepalingen over non-discriminatie in de Nederlandse belastingverdragen besproken. Ten slotte wordt de vraag beantwoord welke eisen de bepaling over non-discriminatie uit de belastingverdragen stelt aan regels tegen onderkapitalisatie.