NJB 2021/3273
‘Invordering’ als bedoeld in art. 164 lid 6 WVW 1994: daarvan is sprake wanneer het rijbewijs naar aanleiding van een vordering tot overgifte als bedoeld in art. 164 lid 1 WVW 1994 door de in die bepaling genoemde personen of het openbaar ministerie daadwerkelijk is ontvangen.
HR 30-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1792
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 november 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
21/00488
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1792, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:657, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑07‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑04‑2021
- Wetingang
(art. 164 WVW)
Uitspraak
Inleiding
OM-cassatie in beklagzaak. Tegen de klaagster is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van overtreding van artikel 8, van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd te Nijmegen op 11 november 2020. Het proces-verbaal houdt onder meer in dat het alcoholgehalte in haar bloed hoger was dan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.