Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/1.4.4:1.4.4 Deel IV: Beheerplannen in relatie tot sectorale wetgeving
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/1.4.4
1.4.4 Deel IV: Beheerplannen in relatie tot sectorale wetgeving
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS441307:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par 5.1.
In juli 2013 is door het kabinet Rutte-Asscher het ontwerp-wetsvoorstel voor de Omgevingswet ter consultatie voorgelegd aan de afdeling advisering van de Raad van State.
Kamerstukken II 2012-2013, 33441, nrs. 1-3. Zie daarover par. 8.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Deel IV komt de relatie van het beheerplan tot andere instrumenten in het omgevingsrecht aan de orde. Daarbij gaat het om de beantwoording van de volgende vragen:
Bestaan er alternatieven voor het beheerplan?
Kan het beheerplan worden geïntegreerd in andere (juridische) instrumenten?
Kan het beheerplan fungeren als complementair instrument naast andere plannen?
In dat kader wordt in hoofdstuk 6 stilgestaan bij de mogelijkheden om activiteiten in Natura 2000-gebieden te normeren met behulp van (inter)nationale subsidieregelingen. Subsidies kunnen een belangrijke rol spelen bij de inrichting en het gebruik van de fysieke leefomgeving. In de richtsnoeren van de Europese Commissie inzake het beheer van Natura 2000-gebieden, worden subsidies expliciet aangemerkt als een geschikt instrument om kwalificerende habitats en soorten te beschermen.1 Bij de analyse van de belangrijkste (inter)nationale subsidie instrumenten wordt ook aandacht besteed aan de staatssteunproblematiek en de relatie tot de verplichtingen van artikel 6 Hrl. In de hoofdstukken 7, 8 en 9 wordt de verhouding tussen het beheerplan voor Natura 2000-gebieden en het bestemmingsplan, het inrichtingsplan en het stroomgebiedbeheerplan geanalyseerd.2 De reden hiervoor is dat deze planfiguren in de praktijk een belangrijke rol spelen bij de normering van het gebruik van water, gronden en bouwwerken. Bij de uitvoering van dit onderzoek is de huidige wet- en regelgeving als uitgangspunt genomen. Daarnaast is voor zover mogelijk geanticipeerd op toekomstige ontwikkelingen. In dat verband moet worden gewezen op de plannen voor een Omgevingswet3 en de voorgenomen (ingrijpende) wijziging van de Wet inrichting landelijk gebied.4 In Deel IV bevat een antwoord op de onderzoeksvragen 5, 7, 8, 9, 10 en 11.