Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.1.1.1
4.1.1.1 Bargerliches Gesetzbuch (BGB)
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS614945:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zo ook kunnen zakelijke rechten die met de eigendom van de grond verbonden zijn als bestanddelen van de grond beschouwd worden, zie artikel 96 BGB: Rechte, die mit dem Eigentum an einem Grundstück verbunden sind, geiten als Bestandteile des Grundstücks.
Nach herrschender Auffassung kommen als Rechte in Sinne des par. 95 Abs.1S.2 BGB nach Wortlaut und Entstehungsgeschichte nur dingliche Rechte in Betracht', aldus Mahne 2009, p. 61.
Mahne 2009, p. 54.
BGH, uitspraak van 11 juli 1962, BGHZ 37, 353.
Tot deze conclusie komt men wanneer leidingen in andermans grond niet op basis van een zakelijk recht in die grond liggen (conform artikel 95, eerste lid, tweede volzin BGB).
Jickeli en Stieper 2004, p. 125.
Zie ook de artikelen 311c, 1031, 1062 en 1096 BGB.
Skker en Rixecker 2006, p. 1188.
Deze leer wordt door Mahne de zogenaamde ICrakenrechtsprechung' genoemd: `Diese Rechtsprechung beruht auf der Annahme dass jedes Krafwerk seine Leitungen wie ,Krakenarme' zu den Abnehmem ausstreckt.' Zie Mahne 2009, p. 26.
Ploeger 1997b, p. 309 e.v.
Zie bijvoorbeeld artikel 76 Telekommunikationsgesetz, wet van 22 juni 2004.
Ook op basis van een Reallast kan geregeld worden dat een warmte-, water- en energievoorziening ten behoeve van een bepaald perceel wordt aangebracht. Een Reallast `ist die Belastung eines Grundstücks in der Weise, dass an den, zu dessen Gunsten die Belastung erfolgt, wiederkehrende Leistungen — z. B. Lieferung von Lebensmitteln, Pflege bei Krankheit, Wohnrecht, Geldrente — aus dem Grundstück zu entrichten sind', of wel een zakelijk recht op een onroerende zaak met wederkerige verplichtingen die ook voor nutsvoorzieningen kan worden gevestigd.
In het Duitse recht is in artikel 905 BGB de begrenzing van de grondeigendom geregeld. Genoemd artikel regelt dat de eigenaar van de grond ook rechthebbende is op de ruimte boven en onder het aardoppervlak: 'Das Recht des Eigentamers eines Grundstacks erstreckt sich auf den Raum ober der Oberjlache und auf den ErdkOrper unter der Oberfldche. Der Eigentamer kann jedoch Einwirkungen nicht verbieten, die in solcher HOhe oder Tiefe vorgenommen werden, dass er an der Ausschliefiung kein Interesse hat.'
De grondeigenaar kan het gebruik van de lucht boven of de grond onder zijn perceel (door een ander) niet verbieden zolang hij geen belang (meer) heeft bij dit verbod. Daarnaast moet de grondeigenaar op grond van artikel 906 BGB, eventuele gassen, dampen, rook, geluiden, trillingen etc. die afkomstig zijn van een ander erf, dulden zolang het gebruik van zijn grond daardoor niet wezenlijk wordt verstoord. In het derde lid van dit artikel is uitdrukkelijk bepaald dat een (door)geleiding van een bijzondere (pijp)leiding niet getolereerd hoeft te worden. In artikel 94, eerste lid BGB is geregeld wat tot de grondeigendom behoort, te weten: `Zu den wesentlichen Bestand-teilen eines Grundstacks gehOren die mit dem Grund und Boden fest verbundenen Sachen, insbesondere Gebdude, sowie die Erzeugnisse des Grundstacks, solange sie mit dem Boden zusammenhüngen. Samen wird mit dem Aussaen, eine Pflanze wird mit dem Einpflanzen wesentlicher Bestandteil des Grundstacks. '
Zaken die een hechte (of: langdurige) verbinding hebben met de grond worden als `wezenlijke bestanddelen' (wesentliche Bestandteile) van de grond beschouwd en in ieder geval worden gebouwen tot de grondeigendom gerekend.1 In dit artikellid is het superficies solo cedit beginsel geregeld; het gebouw deelt hetzelfde zakenrechtelijke lot als dat van de grond. Wat een 'wezenlijk bestanddeel' is wordt in beginsel beoordeeld aan de hand van artikel 93 BGB. Een bestanddeel dat niet van de hoofdzaak gescheiden kan worden zonder dat een van de twee zaken wordt beschadigd, dan wel de aard van het bestanddeel of de hoofdzaak wezenlijk wordt veranderd, is een 'wezenlijk bestanddeel'. In beginsel worden ook Versorgungsleitungen (leidingen voor nutsvoorzieningen) als 'wezenlijk bestanddeel' van de grond beschouwd. Conform artikel 946 BGB geldt dan dat de eigendom van de grond ook de eigendom van de leiding omvat: 'Wird eine bewegliche Sache mit einem Grundstack dergestalt verbunden, dass sie wesentlicher Bestandteil des Grundstacks wird, so erstreckt sich das Eigentum an dem Grundstack auf diese Sache. '
Zaken die echter tot doel hebben om tijdelijk met de grond verbonden te zijn, worden niet als bestanddeel van de grond beschouwd. Dit geldt ook voor gebouwen of werken die op basis van een zakelijk recht2 met de grond van een ander verbonden zijn. Dit volgt uit artikel 95, eerste lid BGB dat ziet op de Scheinbestandteile': Zu den Bestandteilen eines Grundstacks gehoren solche Sachen nicht, die nur zu einem vorabergehenden Zweck mit dem Grund und Boden verbunden sind. Das Gleiche gilt von einem Gebaude oder anderen Werk, das in Ausabung eines Rechts an einem fremden Grundstack von dem Berechtigten mit dem Grundstack verbunden worden ist. ' Er is sprake van een tijdelijk doel wanneer het vooruitzicht van een toekomstige scheiding tussen de zaak en de grond naar buiten toe (of: voor derden) kenbaar is of door partijen overeengekomen is.3
Zaken die als 'schijnbestanddeel' met de grond van een ander verbonden zijn, blijven — ook als ze dus feitelijk 'stevig verbonden' zijn of (onroerend) lijken (zoals gebouwen) — in juridische zin roerende zaken. Uit de Duitse rechtspraak4 volgt dat leidingen die in andermans grond zijn of worden aangelegd gezien worden als zaken die tot doel hebben om tijdelijk in die grond van een ander te zullen liggen,5 conform artikel 95, eerste lid, eerste volzin BGB. Maar ook als op grond van een zakelijk recht een leiding in de grond van een ander ligt (conform artikel 95, eerste lid, tweede volzin BGB) wordt de leiding beschouwd als een `schijnbestanddeel'. De grond trekt de leiding niet na en dus is de grondeigenaar in beginsel ook geen eigenaar van de (in juridische zin: roerende) leiding.
De leidingen in andermans grond worden conform artikel 97, eerste lid BGB gekwalificeerd als een `Zubehbr' (hulpzaak): Zubehar sind bewegliche Sachen, die, ohne Bestandteile der Hauptsache zu sein, dem wirtschaftlichen Zwecke der Hauptsache zu dienen bestimmt sind und zu ihr in einem dieser Bestimmung entsprechenden ratimlichen Verhültnis stehen. Eine Sache ist nicht Zubehar, wenn sie im Verkehr nicht als Zubehar angesehen wird. ' Hulpzaken zijn (enkel) roerende zaken die — zonder dat ze bestanddeel kunnen zijn van de hoofdzaak — bestemd zijn om het bedrijfsmatige doel van de hoofdzaak (bijvoorbeeld de onderneming) te dienen. De hulp- en hoofdzaak moeten in een bepaalde 'ruimtelijke' samenhang met elkaar 'verbonden' zijn. Dat wil niet zeggen dat de hulpzaak fysiek met de hoofdzaak verbonden moet zijn. In tegendeel. Vaak wordt bij fysieke verbondenheid aangenomen dat het om een bestanddeel en niet om een hulpzaak gaat.6 De (fysieke) afstand tussen hulp- en hoofdzaak mag zelfs een vrij ruime afstand zijn, zoals bij leidingen het geval is. Leidingen kunnen (en: zullen doorgaans) vele tientallen kilometers verwijderd liggen van de onderneming of installatie waarmee zij, als hulpzaak, verbonden zijn. In het BGB zijn enige bijzondere regels gegeven die zien op de figuur van de Duitse hulpzaak. Artikel 926, eerste lid BGB7 regelt bijvoorbeeld dat wanneer de verkoper en koper overeengekomen zijn dat de koop van een perceel ook ziet op de daarbij behorende hulpzaak, de koper door verkrijging van de eigendom van het perceel ook de eigendom van de hulpzaak verkrijgt, voor zover de hulpzaak aan de verkoper toebehoort. Bestaat over dit laatste enige twijfel, dan wordt aangenomen dat de vervreemding van het perceel ook op de hulpzaak ziet.
Een hulpzaak is te kwalificeren als een zelfstandige zaak en in het algemeen zijn de bepalingen over roerende zaken uit het BGB ook van toepassing op hulpzaken. Gelet op deze 'zelfstandige' positie delen deze hulpzaken in beginsel niet (dwingend) hetzelfde zakenrechtelijke lot als dat van de hoofdzaak waarmee ze een samenhang hebben of een eenheid vormen. Een hulpzaak kan bijvoorbeeld afzonderlijk van de hoofdzaak met een zakelijk recht belast zijn. Toch wordt in de rechtspraktijk er dikwijls van uitgegaan dat door de bedrijfsmatige samenhang tussen hulp- en hoofdzaak, deze zakenrechtelijk als één geheel kunnen worden beschouwd of althans vermoed worden één geheel te zijn.8 Ten aanzien van de eigendom van leidingen — die als hulpzaak worden gekwalificeerd — in andermans grond, kan gesteld worden dat deze in ieder geval niet toebehoren aan de grondeigenaar, maar dat veelal de eigenaar van de onderneming of de installatie waarmee de leidingen een (bedrijfsmatige) samenhang hebben, als eigenaar van de leidingen wordt beschouwd. Het is rechtens echter mogelijk dat de leidingen aan een ander dan de eigenaar van de onderneming of installatie toebehoren.
Kortom, leidingen die in andermans grond liggen zijn géén bestanddeel van die grond; zij blijven in juridische zin zelfstandige (roerende) zaken die als hulpzaken worden beschouwd van de grond waarop de gas- water- of elektriciteitsinstallatie staat. De eigenaar van het perceel waarop genoemde installatie staat, is veelal de eigenaar van de leidingen. Volgens het Bundesgerichthof wordt met deze uitleg9 van de artikelen 95, jo. 97 en 94 BGB voorkomen dat `kein einheitliches Eigentum bestünde; die Leitungen gehOrten dann vielmehr, streckenweise unterteilt einer Vielzahl von Personen'. Ploeger stelt hierover dat:10
`hoe vanzelfsprekend dit resultaat ook uit het wettelijk systeem voortvloeit, deze 'uitweg' weinig anders is dan een pragmatische oplossing voor de praktische problemen die de superficies-regel met name voor leidingnetten met zich meebrengt.'
In par. 4.4.2.1 e.v. wordt nog verder ingegaan op de rechtspraak betreffende de eigendom van leidingen. De leidingen in andermans grond liggen overigens vaak op basis van gedoogplichten of gebruiksrechten die geregeld zijn in diverse sectorale regelgeving11 of op basis van een zakelijk recht (Grunddienstbarkeit conform artikel 1018 BGB of beschrankte persbnliche Dienstbarkeit conform artikel 1090 BGB).12