Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/5.2.1
5.2.1 De rechten kort besproken
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675760:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 15 AVG. Zie bijv. HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4196 (Verzoekster/The Royal Bank of Scotland en ABN AMRO); ABRvS 30 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2017:1519 (Appellante/College B&W Zevenaar); Rb. Middelburg 21 december 2012, ECLI:NL:RBMID:2012:BZ5988; ABRvS 1 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3309; HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663 (Dexia Bank Nederland). Vgl. ook art. 10 lid 3 Gw: ‘De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens. Aan het inzagerecht ligt het transparantiebeginsel ten grondslag’, vgl. Kamerstukken II 1997/98, 25892, nr. 3, p. 9-10, 18-20.
Weiβ & Reisener 2019, rn. 470. Zie ook HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4664, r.o. 3.4.
Wijers & Haasjes 2006, p. 60.
EDPB 1/2022, par 2.2.1.
EDPB 1/2022, rn 22-26; HvJ EU 17 juli 2014, ECLI:EU:C:2014:2081 (Y.S.); Hof Den Haag 17 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2398. Zie ook de overweging van de Hoge Raad dat de verwerkingsverantwoordelijke verplicht is om “aan de betrokkene een volledig overzicht van de verwerkte persoonsgegevens te verschaffen [en] niet kan volstaan met de verstrekking van globale informatie, doch alle relevante informatie over de betrokkene moet verschaffen, hetgeen, afhankelijk van de omstandigheden, vaak zal kunnen – en zo nodig op aanwijzing van de rechter zal moeten – gebeuren door het verstrekken van afschriften, kopieën of uittreksels”; zie HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663, r.o. 3.4, ECLI:NL:HR:2007:AZ4664 r.o. 3.4, ECLI:NL:HR:2007:BA3529, r.o. 3.6 (Dexia-zaken).
Rb. Den Haag 10 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:13029, r.o. 4.5.
Art. 15 lid 1 AVG; EDPB 1/2022, §2.2.1.4 en 4.3. Zie uitgebreid Rb. Oost-Brabant 2 maart 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:787, r.o. 5.13 e.v.
Ausloos & Dewitte 2018. Vgl. Wolters 2018, p. 132 en HvJ EG 7 mei 2009, ECLI:EU:C:2009:293 (Rotterdam/Rijkeboer); HvJ EU 17 juli 2014, ECLI:EU:C:2014:2081 (Y.S.).
Zie voor deze indeling Uršič Vrabec 2019, §3.3.2.1.3.2.
Art. 17 AVG. Deze gevallen zijn bijvoorbeeld wanneer de betrokkene zijn toestemming intrekt, de persoonsgegevens onrechtmatig verwerkt zijn, of de betrokkene bezwaar maakt tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens (art. 21 lid 1 en 2 AVG). Zie ABRvS 23 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:569.
Zie uitgebreider de website van de AP over het recht op beperking van de verwerking, via autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/gebruik-uw-privacyrechten/recht-op-beperking-van-de-verwerking.
‘Verstrekken’ heeft een ruime betekenis, zie WP29 2016, p. 11-12.
“(…) een vorm die het voor u makkelijk maakt om uw gegevens te hergebruiken en door te geven aan een andere organisatie”, zie Autoriteit Persoonsgegevens – recht op dataportabiliteit, via autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/gebruik-uw-privacyrechten/recht-op-dataportabiliteit.
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, COM(2018)43 final/2, p. 3; Verstijlen 2018, p. 326.
Over de betekenis van deze woorden is weinig bekend. De Artikel 29-werkgroep besteedt in zijn advies geen woorden aan het geval dat persoonsgegevens worden overgedragen aan een andere verwerkingsverantwoordelijke, zie WP29 2016.
Art. 21 AVG; art. 6 lid 1 sub e en f AVG.
FRA & CoE 2018, p. 230; HvJ EU 13 mei 2014, ECLI:EU:C:2014:317, r.o. 81 (Google Spain). Bij openbare informatie zoals bijvoorbeeld het faillissementsverslag in het CIR, moet dan een afweging worden gemaakt tussen de belangen van openbaarheid en rechtszekerheid en de belangen van de natuurlijke persoon op wie de gegevens zien. In de zaak Salvatore Manni oordeelde het hof dat de belangen van derden in beginsel prevaleren, zie HvJ EU 9 maart 2017, ECLI:EU:C:2017:197 (Salvatore Manni), r.o. 60.
Hiervan is sprake wanneer op basis van automatisch verwerkte persoonsgegevens een besluit wordt genomen. De AP noemt als voorbeelden op haar website de automatische beoordeling van een online ingediende kredietaanvraag en de verwerking van sollicitaties via internet zonder menselijke tussenkomst, zie autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/zelf-doen/gebruik-uw-privacyrechten/recht-op-menselijke-blik-bij-besluiten.
Een belangrijk recht is het inzagerecht.1 Door dit recht uit te oefenen, kan een betrokkene zicht houden op de verwerking van zijn persoonsgegevens en de rechtmatigheid daarvan controleren.2 Iedere betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van zijn of haar persoonsgegevens. Dit verzoek om informatie hoeft niet te worden gerechtvaardigd en is aan geen enkel vormvereiste onderworpen.3 Het recht op inzage is hiermee een laagdrempelige manier om informatie te verkrijgen.4 Het recht op inzage bestaat uit drie onderdelen: bevestiging of persoonsgegevens van de verzoeker worden verwerkt of niet, zo ja, toegang tot die gegevens, en informatie over de verwerking.5
Op verzoek van de betrokkene moet de verwerkingsverantwoordelijke een kopie verstrekken van de verwerkte persoonsgegevens of de betrokkene op een andere manier in staat stellen kennis te nemen van zijn gegevens en te controleren of zij in overeenstemming met de AVG zijn verwerkt.6 De concrete vorm waarin de gegevens worden verstrekt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.7 Verder moet de verwerkingsverantwoordelijke informatie geven over onder meer de verwerkingsdoeleinden, de verwerkte categorieën van persoonsgegevens, de opslagtermijn en de bron van de gegevens.8 De verstrekking van de kopie is kosteloos, tenzij het verzoek kennelijk ongegrond of buitensporig is.9 Het inzagerecht vormt vaak de poort naar de andere rechten van de betrokkene.10
De betrokkene heeft, al dan niet na gebruik van zijn inzagerecht, verschillende mogelijkheden om de verwerking van zijn persoonsgegevens te beperken, te veranderen of daartegen bezwaar te maken.11 Wanneer de betrokkene de juistheid van bepaalde persoonsgegevens betwist, kan hij de verwerkingsverantwoordelijke verzoeken die persoonsgegevens te rectificeren.12 Dit recht stelt de betrokkene tevens in staat om onvolledige persoonsgegevens te completeren.
Het recht op verwijdering (de AVG spreekt van gegevenswissing en vergetelheid)13 geeft de betrokkene de bevoegdheid om in een aantal gevallen door de verwerkingsverantwoordelijke persoonsgegevens te laten verwijderen.14 Naast het recht op gegevensverwijdering heeft de betrokkene in bepaalde gevallen ook het recht om, op verzoek, de verwerking van zijn persoonsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijke te laten beperken.15 De verwerkingsverantwoordelijke mag de persoonsgegevens dan (tijdelijk) niet meer verwerken, maar hoeft ze ook (nog) niet te wissen.16
De betrokkene heeft voorts het recht om de persoonsgegevens die een verwerkingsverantwoordelijke van hem heeft, te ontvangen. Dit wordt het recht om gegevens over te dragen of het recht op dataportabiliteit genoemd.17 Dit recht geeft de betrokkene de mogelijkheid om, wanneer een verwerking berust op toestemming of een contract,18 zijn eigen, aan een verwerkingsverantwoordelijke verstrekte19 persoonsgegevens te ontvangen in een gestructureerde, gangbare en machineleesbare20 vorm. De betrokkene kan zijn persoonsgegevens dan overdragen aan een andere verwerkingsverantwoordelijke.21 Het doel van dit recht is het voorkomen van een ‘lock-in’ van persoonsgegevens en het stimuleren van het vrije verkeer van persoonsgegevens binnen de EU.22 Het recht op dataportabiliteit is daarmee minder gericht op bescherming van privacy en meer op consumentenbescherming.
Tijdens faillissement verkrijgt de curator doorgaans zelf weinig persoonsgegevens van betrokkenen. In plaats daarvan verkrijgt hij persoonsgegevens die de failliet al onder zich hield. De AVG spreekt over “aan een verwerkingsverantwoordelijke verstrekte gegevens” waarop het recht op dataportabiliteit van toepassing is.23 Hiermee wordt niet gespecificeerd of dit dezelfde verwerkingsverantwoordelijke moet zijn als diegene tegen wie de betrokkene het recht op dataportabiliteit wil inroepen. Het is onduidelijk in hoeverre de curator in dit geval moet worden beschouwd als rechtsopvolger van de failliet voor deze AVG-bepalingen. Gelet op de strekking van dit recht is het goed voorstelbaar dat de betrokkene dit recht niet in alle gevallen tegen de curator kan inroepen. Tegelijkertijd kan de betrokkene er wel een belang bij hebben om zijn persoonsgegevens te kunnen overdragen aan een andere verwerkingsverantwoordelijke, juist tijdens faillissement. Toch verwacht ik dat het recht op dataportabiliteit tijdens faillissementen geen grote rol zal spelen omdat betrokkenen hun verzoeken niet eenvoudig tot de curator kunnen richten.
Ook kan de betrokkene bezwaar maken tegen verwerkingen op basis van bepaalde grondslagen, namelijk de noodzaak voor de vervulling van een taak van algemeen belang en de gerechtvaardigde belangen van een verwerkingsverantwoordelijke of een derde.24 Een betrokkene kan een verwerkingsverantwoordelijke dan verzoeken zijn persoonsgegevens niet meer te verwerken. Dit recht op bezwaar dient ertoe om een evenwicht te vinden tussen de rechten van de betrokkene en de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of een derde.25
Tot slot heeft de betrokkene het recht op een ‘menselijke blik’.26 Dit betekent dat de betrokkene in beginsel niet mag worden onderworpen aan een uitsluitend op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluit, zoals profilering, waaraan voor hem rechtsgevolgen zijn verbonden of dat hem anderszins in aanmerkelijke mate treft.27 Het doel van dit recht is om te voorkomen dat zonder menselijke tussenkomst een computer besluiten neemt die de betrokkene raken.28