Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/71.1
71.1 Inleiding
prof. mr. R. Uylenburg, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. R. Uylenburg
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor voorbeelden van de grote aantallen verwijs ik naar de introductie van het proefschrift van Marlies van Eck, Geautomatiseerde ketenbesluiten & rechtsbescherming, Een onderzoek naar de praktijk van geautomatiseerde ketenbesluiten over een financieel belang in relatie tot rechtsbescherming, Tilburg: Tilburg University 2018, p. 31.
Zie het Advies van de Raad van State betreffende digitalisering, nader rapport, Stcrt. 6 september 2018, 50999. Geadviseerd wordt de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel verscherpt te interpreteren in de context van digitalisering.
Is de toetsing door de rechter van digitale besluiten anders dan de toetsing van gewone besluiten en zo ja, moeten daarvoor dan in de Awb specifieke voorzieningen worden getroffen? Dat is – denk ik – de vraag die de redactie voor ogen had bij het onderwerp waarover ik een stuk in deze jubileumbundel mag schrijven. Het is een belangrijke vraag. Steeds meer besluiten worden met toepassing van big data, met behulp van digitale systemen, (deels) geautomatiseerd genomen.1 De bestuursrechter zal digitale besluiten, net als elk ander besluit, moeten toetsen aan rechtsregels (het EVRM, het Handvest van de EU-rechten, de wet) en rechtsbeginselen. In zoverre niets nieuws onder de zon. De vraag is wel of die rechtsregels en rechtsbeginselen zijn toegerust voor de rechtsbescherming tegen digitale besluiten. Kunnen we vooruit met de bestaande beginselen zoals neergelegd in de Awb?2
Niet op voorhand is duidelijk wat onder digitale besluiten moet worden verstaan. Daarmee doel ik in ieder geval niet alleen op de vorm waarin een besluit wordt vastgesteld of bekendgemaakt. Deze bijdrage betreft dus niet de kwestie die samenhangt met afdeling 2.3 van de Awb (het digitale verkeer). Wat ik wel onder digitale besluiten zal begrijpen voor deze bijdrage bespreek ik hierna in paragraaf 2. Omdat juist daar zich interessante ontwikkelingen voordoen, spits ik deze bijdrage toe op het omgevingsrecht. Vervolgens ga ik dieper in op een wezenlijk en lastig aspect van digitale besluiten: de kenbaarheid van (de onderbouwing van) die besluiten in relatie tot de rechtsbescherming. Eerst bespreek ik voor welke soorten gegevens bij de onderscheiden digitale besluiten in het omgevingsrecht, de kenbaarheid van belang is (paragraaf 3). Daarna geef ik aan op welke wijze de rechter over voorgelegde beroepsgronden inzake de kenbaarheid van deze gegevens heeft geoordeeld (paragraaf 4). Tenslotte ga ik (paragraaf 5) in op de vraag of ten aanzien van de kenbaarheid van digitale besluiten de Awb ‘nog mee kan’.