Gegevensbescherming in faillissement
Einde inhoudsopgave
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/4.4.1:4.4.1 Grondslag voor het schrijven en publiceren van het faillissementsverslag
Gegevensbescherming in faillissement (O&R nr. 136) 2023/4.4.1
4.4.1 Grondslag voor het schrijven en publiceren van het faillissementsverslag
Documentgegevens:
mr. M.D. Reijneveld, datum 01-08-2022
- Datum
01-08-2022
- Auteur
mr. M.D. Reijneveld
- JCDI
JCDI:ADS675667:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3444. Zie ook: Hox 2018, p. 1.
Zie hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3444, r.o. 3.7
Groenewegen & Orval 2009, p. 46.
Hof Arnhem-Leeuwarden 24 april 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3444, r.o. 3.7
Toetsingscommissie INSOLAD 2021, TvI 2022/12 m.nt. M.D. Reijneveld, p. 49.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een verwerking van persoonsgegevens is alleen rechtmatig indien daarvoor een van de limitatief in artikel 6 AVG opgesomde grondslagen bestaat.1 Het is vooraf goed om te realiseren dat de AVG in beginsel weinig verwerkingen verbiedt, maar slechts stelt dat aan de voorwaarden voor verwerking moet worden voldaan. Dit betekent onder meer dat er een grondslag moet bestaan voor de verwerking. Een van de grondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens is de noodzakelijkheid om te voldoen aan een wettelijke verplichting in de zin van de AVG.2 Die wettelijke verplichting moet wel aan bepaalde vereisten voldoen. Zo moet de wet voldoende duiding geven aan de verwerking, door bijvoorbeeld het doel van de verwerking te bepalen en een nadere omschrijving te geven van de algemene voorwaarden waaraan de verwerking moet voldoen.3 Het is de wetgever in beginsel toegestaan om verwerkingen van persoonsgegeven voor een bepaald doel op te nemen in de wet en daarmee een grondslag te creëren.
De curator is op grond van de Faillissementswet verplicht om een verslag te schrijven en dit ter kosteloze inzage ter griffie te deponeren. De Verzamelwet gegevensbescherming beoogt dit nog nader te verduidelijken. Conceptartikel 68a Fw stelt dat het voor de taak van de curator noodzakelijk is om een faillissementsverslag op te stellen, openbaar te maken en gedurende een redelijke periode beschikbaar te houden.4 Ik kan mij voorstellen dat de minister het faillissementsverslag op deze wijze vermeldt in het conceptwetsvoorstel, omdat het schrijven van het faillissementsverslag een van de klassieke taken is die vallen onder het beheer en de vereffening van de boedel en vermeld staan in artikel 73a Fw. In dit geval voegt de grondslag echter niets toe aan de mogelijkheden van de curator om persoonsgegevens te verwerken in het faillissementsverslag. Dit mocht al en zal, mocht conceptartikel 68a Fw kracht van wet krijgen, ongewijzigd blijven.
De – nu al bestaande – algemene verplichting voor de curator om een verslag te schrijven is nader uitgewerkt in de Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseances van betaling.
Deze Recofa-richtlijnen zijn geen wet in formele zin of in de zin van artikel 79 RO.5 Ze zijn ontwikkeld door de Recofa samen met de Raad voor de Rechtspraak.6 De AVG vereist echter ook niet dat een rechtsgrond door het parlement is vastgesteld.7 Wel moet de rechtsgrond duidelijk en nauwkeurig zijn en moet de toepassing daarvan voorspelbaar zijn.8
De Recofa-richtlijnen geven een nadere en gedetailleerde uitwerking van de taak van de curator om een openbaar faillissementsverslag te schrijven. Ze beogen een gelijke behandeling van gelijke gevallen.9 Het model van Recofa wordt dwingend voorgeschreven,10 hoewel er in individuele gevallen (gemotiveerd) van de richtlijnen mag worden afgeweken.11 Het is daarmee voorspelbaar hoe het faillissementsverslag eruitziet, door de duiding in de richtlijnen. Dit is voldoende om te spreken van een wettelijke grondslag in de zin van de AVG.
Deze grondslag volgt echter niet alle aanbevelingen uit de AVG over de inhoud van een wettelijke grondslag. Het is onduidelijk in hoeverre deze aanbevelingen bindend zijn. In overweging 45 van de preambule staat dat het recht voorts “een nadere omschrijving [zou] kunnen geven van de algemene voorwaarden van deze verordening waaraan de persoonsgegevensverwerking moet voldoen om rechtmatig te zijn, en specificaties kunnen vaststellen voor het bepalen van de verwerkingsverantwoordelijke, het type verwerkte persoonsgegevens, de betrokkenen, de entiteiten waaraan de persoonsgegevens mogen worden vrijgegeven, de doelbinding, de opslagperiode en andere maatregelen om te zorgen voor rechtmatige en behoorlijke verwerking”. Het is dus aan te bevelen dat de wetgever of Recofa een duidelijker kader opstelt voor de verwerking van persoonsgegevens door de curator bij het publiceren van het faillissementsverslag. De toetsingscommissie van INSOLAD heeft inmiddels ook aangegeven zich aan te sluiten bij deze oproep om “een duidelijker kader op te stellen voor de openbare verslaglegging waarin een evenwichtige afweging is gemaakt tussen de belangen van openbaarheid en de belangen van direct bij de afwikkeling betrokken personen dat hun persoonsgegevens daarbij niet nodeloos worden verwerkt”.12
Ondanks deze vragen bij de formulering van de wettelijke grondslag, kan de curator zijn verwerkingen hierop baseren. Hij is verplicht het faillissementsverslag te schrijven en in ieder geval ter inzage bij de griffie te deponeren.