Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.4.2
3.4.2 Invloed van de kapitaalmarkt
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232630:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.5.1.
EU Groenboek 2011, p. 13.
Zelfs door de Ondernemingskamer, zie in dit verband Hof Amsterdam (OK) 17 januari 2007, JOR 2007/42, m.nt. J.M. Blanco Fernández (Stork), r.o. 3.16.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.5.1.
Van Schilfgaarde/Winter, Wezeman & Schoonbrood 2017, nr. 62.
Vgl. HR 15 juli 1968, NJ 1969/101, m.nt. G.J. Scholten (Wijsmuller). Zie illustratief hierover Schuit 2008, par. 3: “In de meeste gevallen is de aandeelhoudersvergadering verworden tot een farce, waarbij de dames en heren achter de bestuurstafel het aan de voorzitter overlaten om op welwillende en vaderlijke wijze de kleine aandeelhouders wat zielenrust te geven.”
De hiervoor genoemde oligarchische regelingen, die de zeggenschap van aandeelhouders beknotten, waren voor dit aandeelhoudersabsenteïsme waarschijnlijk deels verantwoordelijk (vgl. Overkleeft, V&O 2013/2). Voorafgaand aan invoering van de registratiedatum waren veel aandeelhouders ook niet bereid volmachten te verstrekken, aangezien hun aandelen in dat geval geblokkeerd werden ter zekerheid dat de volmachtverlener daadwerkelijk gerechtigd was tot de aandelen ten tijde van de AV. Dit vormde voor veel (institutionele) beleggers een belemmering om een volmacht te verlenen, omdat dit met zich meebracht dat hun aandelen niet verhandeld konden worden tot het einde van de AV. Zie hierover: Schwarz, GS Rechtspersonen 2019/20, artikel 2:119 BW, aant. 1.
Gemiddeld was de participatiegraad bij de AEX- en AMX-vennootschappen in het jaar 2005 ongeveer 35-40%. In het jaar 2019 lag die participatiegraad gemiddeld op 73% bij de vennootschappen in de AEX-index en 66% bij de vennootschappen in de AMX-index. Zie hierover Abma, Ondernemingsrecht 2018/111 en Abma, Ondernemingsrecht 2019/158, par. 2.
Vgl. Schwarz, GS Rechtspersonen 2019/20, artikel 2:107 BW, aant. 2 en Vletter-van Dort, Ondernemingsrecht 2018/45, par. 5.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/45.
§213 DGCL.
Eisenberg & Cox 2014, p. 233 en 296-299. Zie over empty voting: Oosterhoff 2017, par. 3.3.4.
Met short posities wordt gedoeld op het in bezit hebben van geleende aandelen met het doel die te verkopen en na een daling van de koers opnieuw te kopen en terug te leveren aan de uitlener.
In het jaar 2018 vertegenwoordigde een notaris bijvoorbeeld 99,3%, 99,1% en 87,2% van de uitgebrachte stemmen tijdens de AV’s van respectievelijk ING Groep, NN Group en DSM, zie Abma, Ondernemingsrecht 2018/111. Zie ook de kamerbrief van de minister van Justitie van 9 december 2016 getiteld ‘Voortgang modernisering ondernemingsrecht’, Kamerstukken II 2016/17, 29 752, nr. 9, p. 12. De minister merkt hierin op dat de commissie vennootschapsrecht heeft gesignaleerd dat de fysieke AV haar betekenis als overlegplatform goeddeels heeft verloren, doordat bij tal van beursvennootschappen de meeste stemmen voorafgaand aan de AV op afstand worden uitgebracht.
Artikel 2:117 BW.
§212(b) DGCL.
Het proxy statement wordt bij de SEC ingediend als een DEF 14A formulier, wat verwijst naar section 14(a) van de Securities Exchange Act.
Securities Exchange Act Rule 14a-6 e.v. Zie ook: Eisenberg & Cox 2014, p. 353, 356 en 359.
Eisenberg & Cox 2014, p. 347 en 356-357.
Securities Exchange Act Rule 14a-8. Zie hierover paragraaf 6.2.1 van dit proefschrift.
Eisenberg & Cox 2014, p. 356-357.
Eisenberg & Cox 2014, p. 347.
§228(a) DGCL.
Eisenberg & Cox 2014, p. 349.
Zie hierover Abma e.a. 2017, par. 5.4.1. Zie ook: Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/49 en S.B. Buijn & M.G. Dudink, ‘Eindelijk een dwingendrechtelijk kader voor stemadviseurs: dit smaakt naar meer’, Bb 2018/51.
Abma e.a. 2017, par. 5.4.1.
Niet altijd is duidelijk op welke wijze de adviezen van stemadviseurs tot stand komen. De Wet implementatie EU richtlijn bevordering aandeelhoudersbetrokkenheid beoogt hierin verandering te brengen, door stemadviseurs onder andere te verplichten ten minste eenmaal per boekjaar specifieke informatie over de totstandkoming van hun onderzoek, advies en stemadviezen op hun website te publiceren. Zie het nieuwe artikel 5:87f lid 3 Wft, ingevoerd bij de Wet van 6 november 2019 tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet op het financieel toezicht en de Wet giraal effectenverkeer ter uitvoering van Richtlijn 2017/828/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn 2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft (PbEU 2017, L 132) (Stb. 2019, 436).
Abma, Ondernemingsrecht 2019/158, par. 2.
Het woord ‘relatief’ verwijst in deze zin naar het feit dat de participatiegraad van aandeelhouders in de AV als bijeenkomst van aandeelhouders historisch vrij laag was maar recent substantieel hoger ligt, zie de overwegingen hiervoor.
Van der Krans, O&F 2016-3, par. 2.1.
Van der Krans, O&F 2016-3, par. 2.1.
Vgl. ook Vletter-van Dort, Ondernemingsrecht 2018/45, par. 5.
Van der Krans, Ondernemingsrecht 2019/4, par. 1. De Ondernemingskamer overwoog in Hof Amsterdam (OK) 12 oktober 2016, JOR 2017/90 (Delta Lloyd), r.o. 3.16, zelfs dat “…een Investor Day zich beter leent voor gedetailleerde (cijfermatige) beantwoording van vragen dan een algemene vergadering van aandeelhouders.”
Het staat de beursvennootschap in beginsel vrij om regelmatig gesprekken met haar aandeelhouders te hebben. Uiteraard kan in dit soort reguliere gesprekken geen voorwetenschap worden gedeeld als bedoeld in artikel 7 van de Verordening Marktmisbruik. Voorgestelde agendapunten voor een AV zullen over het algemeen niet kwalificeren als voorwetenschap omdat zij vrij standaard zijn en geen significante invloed zullen hebben op de koers. Zie ook Abma e.a. 2017, par. 5.4.1. Dat kan voor bepaalde onderwerpen anders zijn, bijvoorbeeld bij een ingrijpende wijziging in de samenstelling van het bestuur van de beursvennootschap (zie Stevens 2018, par. 7.5.3a). In sommige specifieke gevallen is wel sprake van voorwetenschap, maar kan deze informatie toch gedeeld worden met bepaalde aandeelhouders. Dit is het geval bij marktpeilingen, dat wil zeggen de communicatie van informatie, voorafgaand aan de bekendmaking van een transactie, teneinde de belangstelling van (potenti- ele) beleggers te polsen (artikel 11 lid 1 Verordening Marktmisbruik). Voorafgaand aan het aankondigen van een openbaar bod worden veelal substantiële aandeelhouders benaderd om hun bereidheid te polsen om op het bod in te gaan en zich al voor aankondiging te verbinden tot het aanmelden van hun aandelen onder het bod en op de AV tijdens de aanmeldingsperiode te stemmen vóór de besluiten die nodig zijn om de afspraken tussen bieder en doelvennootschap te effectueren (een zogenaamde ‘irrevocable undertaking’). In dit soort gevallen kan ook gebruik worden gemaakt van de regeling die is genoemd in artikel 9 lid 4 van de Verordening Marktmisbruik. Zie over deze materie uitgebreid: De Brauw 2017, par. 7.2.2 en 13.2.4.
HR 21 februari 2003, NJ 2003/182, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2003/57, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (HBG), r.o. 6.2.
Vanaf het moment dat (certificaten van) aandelen van de beursvennootschap toegelaten worden tot de beurshandel, wordt zij onderworpen aan de invloed van de kapitaalmarkt. Die invloed wordt bepaald door een grote groep onbekende en voortdurend wisselende beleggers.1 Op de belangrijkste aandelenbeurzen was een aandeel rond 2011 gemiddeld acht maanden in dezelfde handen.2 De invloed van de kapitaalmarkt op beursvennootschappen is niet beperkt tot enkel het afleggen van rekening en verantwoording aan een grote groep beleggers. In de praktijk betekent dit ook dat de NV onder een vergrootglas komt te liggen en dat haar prestaties en prognoses nauwlettend gevolgd zullen worden door beleggers en analisten. Daarnaast bepaalt de kapitaalmarkt de beurskoers van de aandelen van de beursvennootschap. Naarmate de vraag naar het aandeel toeneemt, zal de beurskoers stijgen. Het ‘succes’ van (de strategie van) een beursvennootschap wordt doorgaans mede afgemeten aan de hoogte van de beurskoers.3 Een hoge beurskoers is ook een positief gegeven vanuit het perspectief van een beursvennootschap die zelfstandig haar strategie wil uitvoeren, omdat daarmee gemakkelijker kapitaal kan worden opgehaald; er hoeven immers minder nieuwe aandelen te worden uitgegeven om in een kapitaalbehoefte te voorzien. Daarnaast verkleint een hoge beurskoers de kans dat een onderneming wordt geconfronteerd met een (ongewenst) overnamebod, omdat de prijs per aandeel die de bieder zou moeten betalen bestaat uit de koers van dat aandeel vermeerderd met een overnamepremie.
Aandeelhouders in beursvennootschappen zijn veelal betrokken als passieve (financiële) belegger, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Aandeelhoudersactivisten kunnen een belang nemen om door middel van zeggenschapsrechten en andere (juridische en niet-juridische) middelen invloed uit te oefenen op het bestuur van de beursvennootschap, teneinde het bestuur te dwingen zijn strategie te wijzigen en meer aandeelhouderswaarde te creëren.4 Om de invloed van aandeelhouders op de gang van zaken binnen de beursvennootschap te beperken wordt regelmatig gebruik gemaakt van beschermingsconstructies, die ook het karakter kunnen hebben van oligarchische regelingen.5 Deze constructies kunnen de beursvennootschap beschermen tegen zowel activistische aandeelhouders als tegen vijandige overnamepogingen. Op het gebruik van beschermingsconstructies kom ik uitgebreid terug in paragraaf 6.1 van dit proefschrift.
Het feit dat de AV van een beursvennootschap wordt gevormd door een grote groep onbekende en steeds wisselende beleggers heeft invloed op haar functioneren. Een besluit genomen door de AV van een beursvennootschap komt veelal niet tot stand “als vrucht van onderling overleg” tussen aandeelhouders.6
In het verleden had dat, zo wordt aangenomen, te maken met de beperkte deelname door aandeelhouders aan de AV.7 Tegenwoordig is de participatiegraad substantieel hoger dan in het verleden,8 maar nog altijd komt de besluitvorming door de AV niet wezenlijk tot stand als vrucht van onderling overleg tussen aandeelhouders.9 Dit heeft veelal met drie aspecten te maken. Ten eerste zijn de aandeelhouders die stemmen op de AV niet noodzakelijkerwijs ook degenen die aandeelhouder zijn op de dag van die AV. Beursvennootschappen zijn immers verplicht om te werken met een registratiedatum, welke valt op de achtentwintigste dag voorafgaand aan de AV.10 Degene die op die datum rechthebbende van aandelen is, kan in de AV het aan die aandelen verbonden stemrecht of vergaderrecht uitoefenen.11
Ook in de Verenigde Staten wordt gewerkt met een record date. In Delaware wordt deze datum bepaald door de board of directors, op maximaal 60 en minimaal 10 dagen voor de AV.12 Sinds de wijziging van deze regeling in 2009 kan de board of directors er onder het recht van Delaware voor kiezen twee verschillende registratiedata vast te stellen, één die bepaalt welke aandeelhouders recht hebben op een oproeping voor de AV en één die bepaalt welke aandeelhouders recht hebben om daar te stemmen. Deze wetswijziging is bedoeld om het fenomeen ‘empty voting’ tegen te gaan, het verschijnsel dat een partij een groter aantal aandelen (en daarmee stemrechten) bezit dan zijn economische belang.13 De tweede registratiedatum kan op elke dag voor of op de dag van de AV worden bepaald, waardoor de mogelijkheid tot het nemen van short posities wordt beperkt.14
De personen die op de registratiedatum aandeelhouder zijn, gelden als vergader- en stemgerechtigd in de AV. Wanneer het aandeel na de registratiedatum maar vóór de AV wordt overgedragen, kan de verkrijgende aandeelhouder geen aanspraak maken op het vergader- en stemrecht op die AV.
Een tweede reden voor het disfunctioneren van de AV als overlegplatform is dat aandeelhouders van beursvennootschappen hun stem veelal niet uitbrengen gedurende de AV, maar voorafgaand aan de AV, door middel van een schriftelijke volmacht of elektronische steminstructie.15 Beursvennootschappen zijn verplicht om stemgerechtigde aandeelhouders een volmachtformulier te verstrekken.16 Zij zijn niet verplicht, maar hebben wel de mogelijkheid, om aandeelhouders in de gelegenheid te stellen om hun stem voorafgaand aan de vergadering via een elektronisch communicatiemiddel of bij brief uit te brengen.17 Volmachten of steminstructies worden veelal verleend via een bank aan een notaris of proxy voting provider.
In de Verenigde Staten is het gebruikelijk dat aandeelhouders een gemachtigde aanwijzen om op basis van een volmacht (proxy) namens hen te stemmen in een AV.18 Voorafgaand aan een AV worden aan aandeelhouders proxy materialen verstrekt, waarin de relevante informatie voor de AV is opgenomen, waaronder een proxy statement met de te behandelen punten in de AV en een steminstructieformulier.19 De SEC heeft proxy regels ingevoerd die onder andere bepalen dat deze materialen in de meeste gevallen eerst ter beoordeling bij de SEC worden ingediend.20 Zowel andere aandeelhouders als beursvennootschappen zelf kunnen proxy materialen publiceren en proxies werven (proxy solicitation).21 Ook kunnen aandeelhouders onder bepaalde voorwaarden voorstellen laten opnemen in de proxy statement van de vennootschap via de shareholder proposal rule.22 Daarnaast kunnen ontevreden aandeelhouders zelf een proxy solicitation initiëren waarbij zij (deels) andere directors voor benoeming voordragen dan degenen die de beursvennootschap voordraagt.23 Wanneer de beursvennootschap een strijd voert tegen aandeelhouders om voldoende stemvolmachten te verwerven om een stempunt (zoals een benoeming van directors) aangenomen te krijgen, spreekt men wel van een proxy contest.24 Overigens wordt bij Amerikaanse beursvennootschappen ook nog wel gestemd door written consent, buiten vergadering, hetgeen is toegestaan tenzij het certificate of incorporation anders bepaalt.25 Het besluit is dan genomen indien er zoveel schriftelijke stemmen vóór zijn ontvangen als nodig zouden zijn geweest om het besluit aangenomen te krijgen in een AV.26
Een derde reden voor het gebrekkig functioneren van de AV als overlegplatform bestaat erin dat veel institutionele beleggers hun stem uitbrengen in overeenstemming met het advies van stemadviseurs of proxy advisors zoals Glass Lewis en ISS.27 Deze praktijk komt voort uit de wens van institutionele beleggers om een geïnformeerde stem uit te brengen zonder dat (kostbaar) onderzoek hoeft te worden gedaan naar iedere vennootschap waarin zij investeren. De stemadviseurs baseren hun advies in eerste instantie met name op openbare bronnen, zoals de stukken die de beursvennootschap gepubliceerd heeft en andere openbaar gemaakte documenten.28 Daarnaast kunnen stemadviseurs zich laten informeren door de beursvennootschap.29 Overigens bieden Glass Lewis en ISS ook stemadviezen aan die zijn afgestemd op het stembeleid van hun cliënten en wordt onder bijzondere omstandigheden door hun cliënten ook nog wel eens afgeweken van de afgegeven stemadviezen.30
De voorgaande ontwikkelingen resulteren erin dat een relatief hoog percentage aandeelhouders het stemrecht uitoefent in de AV (als orgaan van de beursvennootschap),31 maar dat slechts een klein percentage aandeelhouders daadwerkelijk fysiek aanwezig is op de AV (als bijeenkomst van aandeelhouders). Institutionele aandeelhouders zijn zelden of nooit aanwezig bij een AV.32 De besluitvorming op de AV is dus niet (langer) de vrucht van onderling overleg op de vergadering, maar wordt veel meer bepaald door de periode voorafgaand aan de AV, in de dialoog tussen de beursvennootschap, institutionele beleggers, andere grootaandeelhouders, stemadviseurs en analisten.33 Voorgenomen agendapunten kunnen in road shows worden voorbesproken met de belangrijkste (groot)aandeelhouders en stemadviseurs en de agenda van de AV kan worden aangepast door de beursvennootschap wanneer voorafgaand aan de AV blijkt dat sommige punten controversieel zijn.34 Uitgebreide presentaties, met cijfermatige onderbouwing en uitgebreide gelegenheid tot het stellen van vragen, vinden steeds vaker plaats tijdens investor days of capital market days in plaats van tijdens de AV.35 Er is dus wel degelijk sprake van overleg tussen het bestuur en de aandeelhouders, alleen wordt de AV daarvoor bij beursvennootschappen meestal niet als het primaire platform gebruikt. Dat is mijns inziens ook wel begrijpelijk. Door de sterk verspreide, geïnternationaliseerde en gedifferentieerde aandeelhoudersbasis, waar zich vaak gespecialiseerde investeerders tussen bevinden, worden in de praktijk soms wel honderden (telefonische en fysieke) besprekingen per jaar gevoerd tussen de NV en haar aandeelhouders.36 Het zou te ver voeren om die informatie-uitwisseling volledig binnen de AV te laten plaatsvinden. De AV wordt op deze manier meer een periodiek ‘peilmoment’ waarin over bepaalde specifieke punten gestemd of gesproken kan worden dan een platform van overleg waarin allerlei soorten onderwerpen ter tafel komen. De verhouding met aandeelhouders wordt in die zin voor het bestuur ook meer een relatie met de kapitaalmarkt die voortdurend wordt onderhouden, dan een traditionele relatie met kapitaalverschaffers waarbij ter vergadering rekening en verantwoording wordt afgelegd en informatie wordt verstrekt.
Die bredere relatie met de kapitaalmarkt, buiten de context van de AV, wordt ook erkend door de Hoge Raad. In de HBG-beschikking overwoog hij dat bij de beantwoording van de vraag in welke mate de beursvennootschap verplicht is de aandeelhouders bij de besluitvorming te betrekken en hen dienaangaande te informeren, betekenis toekomt aan de omstandigheid dat aandelen daarvan aan de beurs zijn genoteerd. Die omstandigheid brengt mee dat niet slechts de AV maar ook het beleggend publiek belang heeft bij (informatie over) de besluitvorming met betrekking tot het te voeren beleid.37