Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.6.4.2:7.6.4.2 Het Groenboek
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.6.4.2
7.6.4.2 Het Groenboek
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581159:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Eilmansberger is van mening dat de eliminatie van het schuldvereiste de verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht wel significant zal bevorderen. Zie Eilmansberger 2007, p. 459.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Groenboek ziet de Commissie het moeten aantonen van schuld wel als een van de obstakels voor een succesvolle privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. De Commissie stelt in het Groenboek de vraag of voor schadevorderingen in mededingingszaken het bewijs van schuld moet worden geleverd (vraag D). In veel lidstaten is volgens de Commissie het bewijs van schuld vereist voor de verkrijging van schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht. Zij doet op dit gebied drie voorstellen. In het eerste voorstel moet het bewijs van de inbreuk toereikend zijn, zoals bijvoorbeeld het geval is met risicoaansprakelijkheid (optie 11). In het tweede voorstel is het bewijs van de inbreuk slechts toereikend voor de zwaarste inbreuken op de antitrustwetgeving (optie 12). In het derde voorstel moet de verweerder de mogelijkheid hebben aan te tonen dat er sprake is van een verschoonbare, onjuiste opvatting over het recht of de feiten (verschoonbare dwaling). Onder die omstandigheden zou de inbreuk niet leiden tot aansprakelijkheid voor schade (optie 13). Geen van de drie voorstellen is naar Nederlands recht noodzakelijk voor een succesvolle privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht.1