RBP 2024/64
Ontvankelijkheid. Mag de rechtzoekende afgaan op een (standaard)mededeling onderaan een tussenbeschikking dat daartegen hoger beroep openstaat?
HR 21-06-2024, ECLI:NL:HR:2024:924
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 juni 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/04104
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- JCDI
JCDI:ADS980871:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:924, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑06‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:413, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑10‑2023
- Wetingang
Art. 358 Rv
Essentie
Ontvankelijkheid. Tussentijds hoger beroep. Vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
Mag de rechtzoekende afgaan op een (standaard)mededeling onderaan een tussenbeschikking dat daartegen hoger beroep openstaat?
Samenvatting
De moeder komt op tegen kinderbeschermingsmaatregelen die haar dochter betreffen. De rechtbank geeft een tussenbeschikking af, waarop staat dat binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld van de beschikking. Dat doet de moeder dan ook: zij stelt binnen de wettelijke beroepstermijn hoger beroep in. Het gerechtshof verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. Hij stelt vast dat, omdat het om een tussenbeschikking gaat en de rechter tussentijds ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.