De exhibitieplicht
Einde inhoudsopgave
De exhibitieplicht (BPP nr. X) 2010/8.1.1:8.1.1 Het risico dat de exhibitieplicht te veel omvat
De exhibitieplicht (BPP nr. X) 2010/8.1.1
8.1.1 Het risico dat de exhibitieplicht te veel omvat
Documentgegevens:
mr. J. Ekelmans, datum 02-12-2010
- Datum
02-12-2010
- Auteur
mr. J. Ekelmans
- JCDI
JCDI:ADS374666:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige hoofdstukken is steeds bepleit om de exhibitieplicht een ruim toepassingsgebied te gunnen, de eisen voor toepassing licht te laten zijn en slechts beperkt ruimte te laten voor weigering van bescheiden op grond van vertrouwelijkheid. Die ruime toepassingsmogelijkheden dragen het risico in zich, dat de exhibitieplicht in een individuele zaak aan zijn eigen succes ten onder gaat, omdat zo veel werk moet worden verricht om te voldoen aan de verplichting tot verstrekking van bescheiden, dat de gepleegde inspanning niet in verhouding staat tot het beoogde resultaat.
Vaak zal het debat in een geschil evenwel slechts gaan over een beperkt aantal concrete geschilpunten én is bewijslevering daarover betrekkelijk overzichtelijk. De meerderheid van de geschillen die aan de rechter worden voorgelegd, is immers feitelijk en/of juridisch betrekkelijk eenvoudig en ongecompliceerd van aard, zo tekende de wetgever op uit de mond van rolrechters ter gelegenheid van de totstandkoming van de wetswijziging van 2002.1 De betrekkelijk eenvoudig zaken kunnen echter niet als enige richtinggevend zijn voor de inrichting van het bewijsrecht. Een relevant deel van de aan de rechter voorgelegde geschillen is immers wel feitelijk en/of juridisch complex, waardoor de beoordeling daarvan hoe dan ook bewerkelijk kan zijn. Zowel bij de betrekkelijk eenvoudige zaken als bij de complexe zaken kan bovendien een spanningsveld ontstaan tussen enerzijds de wens "de" juiste beslissing te nemen én anderzijds de wens efficiënt en voortvarend tot afwikkeling van de zaak te komen. Dat spanningsveld is niet voorbehouden aan de feitelijk en/of juridisch complexe zaken: ook bij een betrekkelijk eenvoudig geschilpunt kan het vaststellen van relevante feiten bewerkelijk zijn.
Het is dan ook niet het bestaansrecht van de exhibitieplicht zelf, maar het risico dat de exhibitieplicht zijn doel voorbij schiet, dat noodzaakt tot nadenken over nadere begrenzing van de exhibitieplicht. Of, in de woorden van hiervoor reeds aangehaald Amerikaans onderzoek:
"The findings suggest that policymakers should consider focusing discovery rule changes and discovery management on the types of cases likely to have high discovery costs, and the discovery practices that are likely to generate those high costs."2