Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.1.b.ix
5.3.1.b.ix Mogelijke bezwaren
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS464039:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie alinea 641 hiervoor. Ook de interpretatie van de verdragsinterpretatieregels kan men natuurlijk ter discussie stellen. Men zou bijvoorbeeld bezwaar kunnen maken tegen het gebruik van jurisprudentie als vorm van later gebruik en tegen het gewicht dat daaraan wordt toegekend. Deze benadering lijkt zich echter in de context van privaatrechtelijke verdragen, zoals al ter sprake kwam, ondertussen tot de heersende opvatting te hebben uitgekristalliseerd. Bovendien zijn wij niet alleen voor dat anker gaan liggen.
Röthlisberger 1906, p. 43-44. Röthlisberger is secretaris, en later Directeur van het Bureau van Berner Unie geweest, en hij heeft deelgenomen aan de conferenties in Parijs (1896) en Berlijn (1908) als secretaris resp. secretaris-generaal.
Of zou Röthlisberger misschien hebben gedacht in een onderscheid tussen modificatie en interpretatie? Maar over zo'n modificatie zwijgt hij, bij de herzieningsbepaling zegt hij er in ieder geval niets over (Röthlisberger 1906, p. 292-294).
Saillant, want de tekst van het beginsel van nationale behandeling zélf laat wel toe dat de formele-territorialiteitscomponent buiten toepassing wordt gelaten, zie alinea 643 hiervoor. Over art. 2 lid 2 Verdrag van Parijs, zie noot 415 van dit hoofdstuk 5.
UN Document A/CN.4/167, Third report on the law of treaties, by Sir Humphrey Waldock, Special Rapporteur ('Waldock III'), YBILC 1964, vol. II, p. 10 (par. 6).
Permanent Hof van Arbitrage (arbiter Huber) 4 april 1928, RIAA (1928) Vol. XI, p. 831 e.v. (p. 845) (Nederland/Verenigde Staten; %land of Miangas (Palmas)'). Het eerste beginsel is reeds geciteerd in noot 405 van dit hoofdstuk 5; het tweede beginsel is in deze uitspraak als volgt geformuleerd: 'The same principle which subjects the act creative of a right to the law in force at the time the right arises, demands that the existence of the right, in other words its continued manifestation, shall follow the conditions required by the evolution of the law.'
UN Document A/CN.4/167, Third report on the law of treaties, by Sir Humphrey Waldock, Special Rapporteur ('Waldock III'), YBILC 1964, vol. II, p. 8-9.
Zie alinea 644 hiervoor.
Art. 31 lid 3 onder c Weens Verdragenverdrag. Deze weg kwam ook al kort ter sprake in noot 419 van dit hoofdstuk 5.
Zie noot 449 van dit hoofdstuk 5. Zie ook anno 1957: Fitzmaurice 1957, p. 225.
Overigens, zoals al gezegd in noot 400 van dit hoofdstuk 5, lijkt men zich tegenwoordig nauwelijks te bekommeren om de vraag of de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag wel mogen worden toegepast op de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs.
In zijn arrest van 3 februari 1994, ICJ Reports 1994, p. 6 e.v. (Libië/Tsjaad; `Territorial Dispute') paste het Internationaal Gerechtshof, 'in acccordance with customary international law, reflected in Article 31 of the 1969 Vienna Convention on the Law of Treaties', de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag toe bij de interpretatie van een serie verdragen die waren gesloten vanaf 1898 en die werden genoemd in een verdrag van 1955 (to. 41).
Kropholler 1975, p. 281-282; zie ook De Meij 2003, p. 39-40.
664. Falsificatiepoging. Tegen deze rechtvaardigingsgrond kunnen, zo moet worden aangetekend, bezwaren worden aangevoerd.
665. Bezwaar 1: keuze interpretatieregels. Zo kan men de keuze van de verdragsinterpretatieregels ter discussie stellen — het Weens Verdragenverdrag is per slot van rekening niet van toepassing.1 Men kan zich namelijk afvragen of de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag, met name de regel dat op grond van later gebruik kan worden afgeweken van de tekst van een verdragsbepaling, ook in het laatste kwart van de negentiende eeuw (ten tijde van de totstandkoming van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs) al geldend gewoonterecht waren. Daarmee is de vraag aangesneden welke verdragsinterpretatieregels moeten worden toegepast bij de interpretatie van dergelijke oude verdragen: de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag of andere verdragsinterpretatieregels? En welke andere zouden dat dan moeten zijn? Het enige alternatief lijkt toepassing van de toenmalige verdragsinterpretatieregels.
666. Over de toenmalige interpretatieregels heeft Röthlisberger anno 1906 in zijn gezaghebbende handboek over de Berner Conventie opgemerkt:
"Über die viel bestrittene Methode der Auslegung ein kurzes Wort. Ist die Fassung klar, so ist sie nach ihrem selbstverständlichen Sinn ohne weiteres anzuwenden; ist sie aber zweifelhaft und verschiedener Auslegungen fähig, so wird man zuerst die Ausdrücke im Zusammenhang mit der überhaupt im Vertrage gebräuchlichen Ausdrucksweise abwägen, sodann auf die Zweckidee, die ratio, der einzelnen Bestimmungen, wie sie sich aus dem Endziel der ganzen internationalen Abmachung ergibt, sich besinnen und endlich logischer- und billiger Weise auf den Grundgedanken zurückgehen, welcher die ersten Redaktoren beherrst hat und daher die Genesis der Texte sowie die Sitzungsberichte der ersten Konferenzen genau verfolgen. Immerhin wird man sich nicht sklavisch an das geschichtliche Material und die Entstehungsgeschichte zu halten brauchen, da die Schöpfer der Konvention nicht unfehlbar waren und weder alle Möglichkeiten und Lösungen voraussehen konnten, noch voraussehen wollten, ferner auch deshalb nicht, weil bei der Unvollkommenheit menschlicher Ausdrucksweise kein noch so peinlich genauer Verhandlungs bericht ein durchaus getreues Abbild des Werdeganges und Endresultates der Debatte zu geben imstande ist. Eine ausschlieβlich historische Auslegung könnte leicht unbeugsam und fossil werden. Deshalb ist als Auslegungsmaterial, in welchem wirkliches Leben pulsiert, auch noch die Judikatur und die Doktrin über gleichartige oder ähnliche Vorschriften beizuziehen. Erlaubt es der Text, der fortschreitenden Entwicklung der Zeit Gerechtigkeit widerfahren zu lassen, so soll diese Anpassung nicht von vornherein ausgeschlossen sein."2
667. Was dit de destijds heersende visie op verdragsinterpretatie? Is het wel mogelijk om die visie te achterhalen? Was er wel een eensluidende visie? Röthlisberger spreekt immers over "die viel bestrittene Methode der Auslegung." Hoe dan ook, waarschijnlijk — en dit blijkt ook uit het citaat van Röthlisberger — kende men aan de verdragstekst groot gewicht toe. Röthlisberger had wel oog voor een vorm van dynamische verdragsinterpretatie, opdat het verdrag niet "unbeugsam und fossil" wordt uitgelegd, maar hij liet dat alleen toe als de tekst lacuneus of dubbelzinnig is. "Ist die Fassung klar, so ist sie nach ihrem selbstverständlichen Sinn ohne weiteres anzuwenden." Is een later afwijkend gebruik daarmee uitgesloten als interpretatiebron? Heeft Röthlisberger deze mogelijkheid iberhaupt onder ogen gezien?3 Dit wordt niet duidelijk. Al met al is denkbaar dat naar toenmalige inzichten een strikte interpretatieregel, die de tekst van het verdrag laat prevaleren, zou moeten worden toegepast; en dan zou men door artikel 5 lid 2, tweede volzin, van de Berner Conventie gebonden zijn aan de formele-territorialiteitscomponent.4
668. Keren wij terug naar de vraag welke verdragsinterpretatieregels moeten worden toegepast bij de interpretatie van de onderhavige oude verdragen. Deze vraag betreft de temporele toepasselijkheid van verdragsinterpretatieregels.5
669. Schetsen wij voor een goed begrip kort het intertemporeelrechtelijke kader. Het uitgangspunt in dat kader is tweeledig. Ten eerste: de interpretatie van een verdrag geschiedt in het licht van het recht zoals dat gold ten tijde van de totstandkoming van dat verdrag. Ten tweede: de toepassing van een verdrag wordt beheerst door het recht zoals dat geldt ten tijde van die toepassing. Dus: "(...) for purposes of interpretation, the law in force at the time of the conclusion of the treaty prevails. But, the interpretation of the treaty having been ascertained in accordance with that law, the application of the treaty, as so interpreted, is subject to the law in force at the date of application."6 Dit tweeledige uitgangspunt treffen wij ook aan in de Island of Miangas (Palmas)' zaak anno 19287, alsook daarop voortbouwend — in de travaux préparatoires van het Weens Verdragen-verdrag:
"Art. 56 — The inter-temporal law
1. A treaty is to be interpreted in the light of the law in force at the time when the treaty was drawn up.
2. Subject to paragraph 1, the application of a treaty shall be governed by the rules of international law in force at the time when the treaty is applied."8
670. Het eerste beginsel zijn wij eerder in deze studie al tegengekomen. Het schrijft voor dat het beginsel van nationale behandeling moet worden geïnterpreteerd vanuit het toenmalige, statutistisch-conflictenrechtelijke perspectief.9 Het tweede beginsel opent de mogelijkheid dat bij de toepassing van een verdrag rekening wordt gehouden met een evolutie van het recht. Zo'n evolutie kan langs verschillende wegen effect sorteren.10Artikel 31 lid 3 van het Weens Verdragenverdrag noemt onder meer latere regels van internationaal (gewoonte)recht: bij de toepassing van een verdrag moet rekening worden gehouden met "any relevant rules of international law applicable in the relations between the parties."11 Daaronder valt ook later internationaal gewoonterecht. En de verdragsinterpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag kunnen als zulk internationaal gewoonterecht worden aangemerkt. Dat betekent dat oude verdragen zoals de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs, mogen worden geïnterpreteerd aan de hand van de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag. Dit lijkt wellicht een cirkelredenering Immers, toepassing van de interpretatieregels van het Weens Verdragenverdrag wordt gebaseerd op een interpretatieregel van het Weens Verdragenverdrag. Maar dat is niet het geval. De desbetreffende interpretatieregel van het Weens Verdragenverdrag is een species van het algemene beginsel dat de toepassing van een verdrag wordt beheerst door het recht zoals dat geldt ten tijde van die toepassing. En dit onderliggende beginsel was al ruim vóór het Weens Verdragenverdrag een beginsel van internationaal gewoonterecht, zie de uitspraak in de zaak %land of Miangas (Palmas)' anno 1928.12 Wellicht biedt dat gegeven voldoende grond voor de aanname dat men dit beginsel ook ten tijde van de totstandkoming van het Berner Conventie en het Verdrag van Parijs onderschreef. Langs deze weg kan worden verdedigd dat de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag moeten worden toegepast op oude verdragen zoals de Berner Conventie en het Verdrag van parijs.13 Opgemerkt kan worden dat ook het Internationaal Gerechtshof de interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag toepast op dergelijke oude verdragen.14
671. Het lijkt bovendien ook wenselijk — dat is dus een normatief argument — dat op een bepaald moment in de tijd alle dan geldende verdragen zoveel mogelijk op dezelfde manier worden uitgelegd ("temporeel-uniforme" interpretatie), en niet aan verschillende interpretatieregimes zijn onderworpen.
672. Overigens is ook de 'later gebruik'-regel uit artikel 31 lid 3 onder b Weens Verdragenverdrag zelf reeds lang internationaal gewoonterecht. En dat is ook logisch: want wat kan men nu eigenlijk tegen deze regel hebben, als iedereen het met elkaar eens is over een bepaalde interpretatie?
673. Bezwaar 2: misverstand. Dat brengt ons bij een mogelijk tweede bezwaar dat men zou kunnen opwerpen tegen het buiten toepassing laten van de formele-territorialiteitscomponent, namelijk: hoe solide is de "overeenstemming van de verdragsstaten inzake de uitlegging van het verdrag" als het desbetreffende latere gebruik in feite berust op één groot misverstand (in ons geval: de begripsverduistering ten aanzien van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling)? Is er sprake van 'dwaling'?
674. Het gegeven dat er hier een misverstand in het spel is, vormt m.i. geen beletsel om aansluiting te zoeken bij het latere gebruik. Gebruik en misverstand zijn immers, zo hebben wij gezien, het gevolg van een bredere evolutie van het recht — een evolutie van conflictenrecht en intellectuele-eigendomsrecht — door welke evolutie formele territorialiteit niet meer in hedendaagse opvattingen in dit verband past; daarover bestaat algemene consensus. Door zich aan te sluiten bij het latere gebruik doet men — nu vanuit een beter begrip — recht aan deze evolutie. Maar daar kan anders over worden gedacht. Denkbaar is dat, wanneer men zich er bewust van wordt, in dit gegeven aanleiding wordt gezien om terug te keren naar de 'zenderbetekenis' van het beginsel van nationale behandeling. Later gebruik is immers niet heilig; de rechter kan er onder omstandigheden van afwijken.15 Daarmee zou de waarde van deze interpretatiebron voor anderen afkalven. De kans dat zo'n ontwikkeling zich zal voltrekken lijkt echter gering; er zal — gelet op de eerdergenoemde evolutie — waarschijnlijk vrijwel geen animo bestaan om terug te keren naar formele territorialiteit.