Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/5.10.3
5.10.3 Conclusie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291061:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook: B.G. van Zadelhoff, ‘Placebo erger dan de kwaal; reparatiewetgeving BTW en overdrachtsbelasting, WFR 1995/841, J. Doornebal, Verhuurconstructies en overdracht economische eigendom onder vuur’, TFO 1995/103 en J.K. Moltmaker, ‘De reparatiewetgeving op het gebied van de overdrachtsbelasting en de omzetbelasting (wetsvoorstel 24 172)’, WFR 1995/6157 die constateren dat er sprake is van overkill.
In de vorige paragrafen is op hoofdlijnen ingegaan op het verband tussen de belaste en vrijgestelde leveringen van nieuwe en oude gebouwen en de heffing van overdrachtsbelasting en de vrijstelling daarvan ter zake van de verkrijging van onroerende zaken. In onderstaande figuur is dit verband samengevat.
Als uitgangspunt geldt dat de verkrijging krachtens een van rechtswege belaste levering van een nieuw gebouw vrijgesteld is van overdrachtsbelasting. Een uitgangspunt dat mij wenselijk voorkomt, aangezien wordt voorkomen dat dezelfde vastgoedtransactie tot heffing van btw én overdrachtsbelasting leidt. Niettemin hebben de anti-constructiemaatregelen ervoor gezorgd dat dit uitgangspunt onder druk komt te staan. Zo is de samenloopvrijstelling niet van toepassing indien de verkregen onroerende zaak reeds als bedrijfsmiddel is gebruikt en de verkrijger (deels) recht heeft op btw-aftrek. Daarnaast zorgt de strafheffing ervoor dat de samenloopvrijstelling vervalt indien de verkrijger niet voor 90% of meer recht heeft op aftrek van btw en de in rekening gebrachte vergoeding lager is dan de waarde in het economische verkeer en/of de actuele kostprijs van de onroerende zaak. Zoals de tegemoetkomingen in het beleid laten zien, leiden deze maatregelen tot overkill.1 Bovendien laat bovenstaand overzicht zien dat deze maatregelen de toepassing van de samenloopvrijstelling uitermate complex maken. Naar mijn mening is het mogelijk en wenselijk om deze anti-constructiemaatregelen te schrappen. De leveringsconstructies die de wetgever met deze maatregelen heeft willen bestrijden, kunnen beter worden bestreden door bij de belaste levering van nieuwe gebouwen aan gelieerde partijen tegen een te lage vergoeding btw te heffen over de normale waarde. Op grond van art. 80 lid 1, onderdeel a Btw-richtlijn heeft Nederland die mogelijkheid.