De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.6:8.6 Conclusie
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/8.6
8.6 Conclusie
Documentgegevens:
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS365120:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen I, 2006/07, 30, p. 924.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij defensief acting in concert, de tweede variant uit de definitie van handelen in onderling overleg van art. 1:1 Wft, gaat het niet om samenwerking gericht op de verkrijging van de (overwegende) zeggenschap, maar om samenwerking om te voorkomen dat een ander zeggenschap verwerft. De ratio daarvan is niet helemaal helder. Aangenomen moet worden dat ook in dit geval – net als bij het offensieve acting in concert – sprake is van het gevaar van benadeling van minderheidsaandeelhouders. Dit lijkt met name het geval indien wordt samengewerkt met de doelvennootschap, zoals ook wordt geëist onder de Nederlandse regels.
Waarom de Nederlandse regeling, anders dan in de andere onderzochte landen beperkt is tot samenwerking inzake een aangekondigd openbaar bod, is niet geheel duidelijk. Omdat de strekking van defensief acting in concert in de Overnamerichtlijn (ook) onduidelijk is, kan moeilijk worden betoogd dat de Nederlandse regeling daarmee op dit punt in strijd is. De aankondiging van een bod nadat partijen in onderling overleg zijn gaan handelen om dit bod te dwarsbomen doet geen biedplicht ontstaan.
Aan het einde van de parlementaire behandeling is toegezegd te verduidelijken wanneer een biedplicht ontstaat als er sprake is van het dwarsbomen van een aangekondigd openbaar bod.1 Tot op heden is dat nog niet gebeurd.