Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/3.3.5.
3.3.5. Levering aan de VOF door een derde
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS387054:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Individualisatie is vereist, zie Asser/Van der Grinten & Kortmann 2-I 2004/131.
Zie bijv. HR 23 september 1994, ECLI:NL:HR:1993:ZC1028, NJ 1994/461, m.nt. H.J. Snijders (Kas-Associatie/Drying Corporation) en Van Zeben 1991, p. 1250 (MvA bij art. 3:97 BW).
Rank-Berenschot 2012, p. 32. Dit wordt ook wel de ‘directe leer’ genoemd, zie HR 23 september 1994, ECLI:NL:HR:1993:ZC1028, r.o. 3.5, NJ 1994/461, m.nt. H.J. Snijders (Kas-Associatie/Drying Corporation).
Bevestigd in HR 23 september 1994, ECLI:NL:HR:1993:ZC1028, NJ 1994/461, m.nt. H.J. Snijders (Kas-Associatie/Drying Corporation) voor de levering van effecten op naam en in HR 2 april 1976, ECLI:NL:HR:1976:AB6874, NJ 1976/450 (Modehuis Nolly) voor de levering van onroerende goederen.
Gedurende de bedrijfsuitoefening van de VOF zullen vooral niet-vennoten goederen aan de VOF leveren, bijvoorbeeld een leverancier in verband met de bevoorrading. Een vraag die rijst, is of een ontvangen goed rechtstreeks in de vennootschappelijke gemeenschap valt als niet alle beoogde deelgenoten voor de leverancier bekend zijn. Ten aanzien van individueel bepaalde,1 roerende zaken waarvan de eigendom overgaat door bezitsverschaffing,2 kan deze vraag bevestigend worden beantwoord op grond van art. 3:97 (over bezitsverschaffing) jo. 3:110 BW. De (feitelijk) verkrijgende vennoot gaat het goed houden voor de gezamenlijke vennoten als tussen de verkrijgende vennoot ende overige vennoten een rechtsverhouding bestaat met de strekking dat de verkrijger die een goed op bepaalde wijze zal verkrijgen dit voor de gezamenlijke vennoten zal houden (art. 3:110 BW). De verkrijgende vennoot handelt dus in eigen naam, maar voor rekening van de VOF. De VOF krijgt het middellijk bezit (art. 3:107 lid 3 BW) en wordt rechtstreeks rechthebbende, zonder dat de wederpartij de identiteit van de verkrijgers kent.3
Bij goederen die niet door bezitsverschaffing worden geleverd, zoals vorderingen op naam en registergoederen, mist art. 3:110 BW toepassing. Art. 3:110 BW ziet immers slechts op levering door bezitsverschaffing en toepassing (naar analogie) van de ‘directe leer’ op andere leveringswijzen past niet in het wettelijk stelsel van verkrijging van goederen, bijvoorbeeld omdat de levering openbaarheid door middel van inschrijving in een register vereist.4 Een vennoot kan goederen die niet door bezitsverschaffing worden geleverd dan ook niet rechtstreeks voor een gemeenschap die de wederpartij onbekend is verkrijgen, maar wordt eerst zelf rechthebbende en zal daarna moeten doorleveren aan zijn medevennoten.