Artikel 6 EVRM en de civiele procedure
Einde inhoudsopgave
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.1.1:4.1.1 Bronnen
Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (BPP nr. 10) 2008/4.1.1
4.1.1 Bronnen
Documentgegevens:
Mr. P. Smits, datum 06-03-2008
- Datum
06-03-2008
- Auteur
Mr. P. Smits
- JCDI
JCDI:ADS306150:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 17 januari 1970, Delcourt, serie A, § 31 en EHRM 26 oktober 1984, De Cubber, serie A, vol 86, 26.
Dommering (1983), p. 205.
Van Boneval Faure (1893), p. 107, noemt het als eerste der beginselen van burgerlijk procesrecht. Zie voorts Hugenholtz/Heemskerk (2006), nr. 5, Stein/Rueb (2002), p. 20-21, en Snijders, Ynzonides en Meijer (2007), nr. 39.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
gustice must not only be done, it must also be seen to be done.' Het Europees Hof overweegt aldus kort en bondig met het oog op de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid,1 maar deze formulering zou evenzeer, zo niet in versterkte mate, kunnen gelden voor de openbaarheidseis uit art. 6 EVRM. Uit het artikel blijkt dat die openbaarheid zich moet manifesteren in de behandelings- en in de uitspraakfase van de rechtspleging. Het openbaarheidsbeginsel is in art. 6 EVRM stevig verankerd, of, zoals Dommering zegt: 'Artikel 6 doet een fors openingsaanbod in openbaarheid ...'2
Zeker in vergelijking met andere internationale regelingen betreffende mensenrechten is de openbaarheid in art. 6 EVRM voornaam aanwezig.
Art. 10 van de Universele Verklaring beperkt de openbaarheidseis tot de behandeling van de zaak. De minst van art. 6 EVRM afwijkende bepaling is art. 14 IVBPR dat volkomen gelijkluidend is voor wat betreft de openbare behandeling, maar enkele limiteringen bevat ten aanzien van de openbaarheid van de rechterlijke beslissing die in art. 6 EVRM afwezig zijn. In de Amerikaanse Conventie inzake Mensenrechten komt het beginsel van openbaarheid minder pregnant naar voren. Daar heet het dat 'Every person shall have the right to a hearing with due guarantees ...' (art. 8). De openbaarheid van de 'hearing' (behandeling) blijkt niet expliciet, maar zou in de 'due guarantees' gelezen kunnen worden. De eis van openbaarheid van de uitspraak is uit de artikeltekst niet op te maken. Het African Charter on Human Rights and Peoples' Rights ten slotte biedt naar de letter van de tekst de minste waarborgen wat de openbaarheid betreft. In art. 7 van het Charter is in de eerste zin kortweg vermeld dat 'every individual shall have the right to have his case heard'. Een recht op behandeling van zijn zaak dus, maar daar houdt het dan mee op. Openbaarheid van behandeling of uitspraak als recht van de justitiabelen komt niet om de hoek kijken. Louter afgaande op de Afrikaanse verdragstekst zou men kunnen afleiden dat dat kennelijk van de gratie en welwillendheid van het gerecht afhangt.
In de nationale wetgeving is de openbaarheid voor de civiele rechtspraak neergelegd in art. 121 Gw, art. 4 en art. 5 Wet R0,3 en art. 27 en art. 28 Rv (in de derde afdeling van Boek 1 Rv inhoudende Algemene voorschriften voor procedures).
Onder het oude recht bepaalde art. 62 (oud) Rv nog dat de expeditie of uitgifte van een vonnis onder andere behelsde: 'De vermelding dat het vonnis in het openbaar is uitgesproken.' Met de invoering van het huidige art. 230 Rv (omtrent de inhoud van het vonnis) is deze regel echter komen te vervallen.
Voorts gold tot de herziening van het burgerlijk procesrecht in december 2001, wat de verzoekschriftprocedures betreft, een onderscheid tussen de '429a (i.e. de algemene) -verzoekschriften', waar in beginsel behandeling ter openbare terechtzitting werd voorgeschreven, en de niet-429a (i.e. de bijzondere) -verzoekschriftprocedures, waar een dergelijke bepaling ontbrak; het was dan ook niet gezegd dat daar naar nationaal recht - tevens in beginsel de openbaarheidseis zou regeren. Thans geldt de openbaarheidseis in beginsel voor alle verzoekschriftprocedures, en wel op grond van art. 27 Rv. Afwijkingen in bijzondere soorten zaken zijn evenwel blijven bestaan. Een duidelijke afwijking vormt in dit verband de faillissementsprocedure: art. 4 Fw bepaalt onder meer dat het verzoek tot faillietverklaring in raadkamer, dus niet in de openbaarheid, behandeld wordt.4
Niet alleen in verdragsteksten en in de Nederlandse wetgeving, doch ook in de wetgeving van de ons omringende landen vinden we de openbaarheid van (civiele) rechtspraak terug. Zo hebben België, Duitsland, Frankrijk en Engeland dit beginsel (grond )wettelijk vastgelegd.5
De vastlegging in diverse verdragen en nationale wetgevingen duidt erop dat de openbaarheid een zeer belangrijk element vormt in de nationale en buitenlandse (civiele) rechtspleging. Zo belangrijk dat men zich kan afvragen of niet sprake is van een beginsel van (burgerlijk) procesrecht. De Nederlandse doctrine op het gebied van het burgerlijk procesrecht merkt de openbaarheid inderdaad sinds jaar en dag als één der beginselen van burgerlijk procesrecht aan.6