Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.9:11.9 Deelconclusie
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.9
11.9 Deelconclusie
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258739:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de dertiende en tevens laatste deelvraag centraal. Deze deelvraag luidt:
“Op welke wijze moeten de voorwaarden voor het in aanmerking nemen van de elementen van de transactiewaarde worden geïnterpreteerd, zodat de transactiewaarde overeenkomt met de werkelijk betaalde of te betalen prijs van de goederen op het moment dat deze ten invoer worden aangegeven?”
Deze deelvraag kan als volgt worden beantwoord. De transactiewaarde bestaat uit de werkelijk betaalde of te betalen prijs van de ingevoerde goederen. Als voor de vaststelling van de douanewaarde enkel van de werkelijk betaalde of te betalen prijs wordt uitgegaan, kan dit tot gevolg hebben dat de douanewaarde aan de hand van arbitraire of fictieve waardes wordt vastgesteld. Dit is niet in lijn met het toetsingskader. In de douanewetgeving is echter voorzien in bepaalde prijselementen die aan de werkelijk betaalde of te betalen prijs moeten worden toegevoegd en bepaalde prijselementen, voor zover onderscheidenlijk besloten in de werkelijk betaalde of te betalen prijs, die van de douanewaarde worden uitgesloten (onderdeel 11.1). Het bestaan van de prijselementen voorkomt onder- respectievelijk overwaardering van de ingevoerde goederen. Het waarborgt tegelijk dat de douanewaarde ook bij geëvolueerde operationele fiscale structuren (onderdeel 1.4), waarbij de waarde van de ingevoerde goederen niet langer alleen in de verkoopprijs van de goederen is uitgedrukt, de economische waarde van de goederen reflecteert door bijvoorbeeld betalingen voor royalty’s of licentierechten, toeleveringen of commissies onder voorwaarden in de douanewaarde te betrekken. Hierdoor kan de douanewaarde, in lijn met het toetsingskader, zoveel als mogelijk aan de hand van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen worden vastgesteld.
Het in aanmerking nemen van de prijselementen vormt een objectivering van de douanewaarde, waar in beginsel, indien de douanewaarde overeenkomstig de primaire en preferente methode wordt vastgesteld (lees: de transactiewaarde van de ingevoerde goederen), wordt uitgegaan van een subjectieve waarde benadering. Dat betekent dat de reikwijdte van de prijselementen beperkt is en er geen andere elementen anders dan die staan genoemd in artikel 71 DWU, in aanmerking genomen moeten worden voor het bepalen van de douanewaarde. Het betekent ook dat alleen de prijselementen die in artikel 72 DWU limitatief staan genoemd niet in de douanewaarde worden begrepen. Door de limitatieve opsomming is sprake van een gesloten stelsel; een prijselement wordt enkel in aanmerking genomen of uitgesloten als daarin wettelijk is voorzien.
De prijselementen zouden in beginsel elk hun eigen reikwijdte en voorwaarden waaronder zij in aanmerking worden genomen moeten kennen. Er zou met andere woorden geen overlap tussen de prijselementen mogen bestaan. Niettemin zijn de prijselementen in de praktijk dikwijls lastig te onderscheiden. Om de reikwijdte van de prijselementen nauwgezet te bepalen, zijn bepaalde prijselementen in dit hoofdstuk in pari materia (in onderlinge samenhang) besproken. Hieruit kwam naar voren dat de bepalingen uit het CDW- en/of DWU-wetgevingspakket de reikwijdte van de prijselementen in voorkomende gevallen te ruim of beperkt beschrijven en/of dat de bepalingen door het Hof van Justitie te ruim of beperkt worden geïnterpreteerd, met als gevolg dat bepaalde prijselementen onterecht worden belast of onterecht niet in de heffing worden betrokken. Ook is het, voornamelijk ten aanzien van immateriële goederen, de vraag onder welk prijselement zij geschaard moeten worden. Dat doet afbreuk aan de rechtvaardigheid van het douanewaardestelsel dat met zich brengt dat douanewaardebepalingen zorgvuldig geformuleerd moeten zijn. Voor douaneautoriteiten en importeurs moet het duidelijk zijn onder welke voorwaarden prijselementen wel of niet in aanmerking moeten worden genomen of uitgesloten moeten worden voor het bepalen van de douanewaarde. In dit hoofdstuk is naar voren gekomen dat dat niet altijd duidelijk is, wat spanning oplevert met het toetsingskader. Door middel van een integrale bespreking van alle prijselementen aan de hand van de wettelijke bepalingen, instrumenten van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) en de Technische commissie douanewaarde van de WDO alsmede de nodige voorbeelden is inzicht gegeven in de wijze waarop de voorwaarden voor het in aanmerking nemen van de prijselementen van de transactiewaarde moeten worden geïnterpreteerd in tijden van economische globalisatie.