Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.6
11.6 Opbrengst uit latere verkoop
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258598:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
HQ 542746 van 30 maart 1982.
HQ 542879 van 3 november 1982.
Indien de goederen na invoer worden bewerkt en de koper en verkoper van de ingevoerde goederen overeenkomen dat een deel van de opbrengst van de producten na bewerking toekomt aan de verkoper, zal dit naar mijn mening niet in aanmerking worden genomen als de ingevoerde goederen niet meer in het eindproduct geïdentificeerd kunnen worden. Zie ook HQ 545307 van 3 februari 1995, HQ 545419 30 november 1995.
Punt 4 van de Aantekening op artikel 1 CVA, Case study 2.2. Treatment of proceeds under Article 8.1 (d). (Adopted, 5th Session, 11 March 1983, 29.960), punten 5 en 15 en J.P. Rizzi, Could dividends justify a customs value adjustment, World Customs Journal 13(1), p. 147-152.
Case study 2.2. Treatment of proceeds under Article 8.1 (d). (Adopted, 5th Session, 11 March 1983, 29.960), punten 12 en 13.
Een voorbeeld van een berekeningswijze, zie Case study 2.1. Application of Article 8.1 (d) of the Agreement. (Adopted, 5th Session, 11 March 1983, 29.960).
Indien de koper en verkoper overeenkomen dat een aandeel in de winst bij een latere wederverkoop, overdracht of gebruik van de goederen indirect of direct ten goede komt aan de verkoper, moet de werkelijk betaalde of te betalen prijs met dit bedrag worden verhoogd overeenkomstig artikel 71, lid 1, onderdeel d, DWU. Indien de werkelijke betaalde of te betalen prijs de opbrengst uit latere wederverkoop, overdracht of gebruik al omvat, maar de opbrengst wordt aangepast vanwege bijvoorbeeld een wijziging in de verkoopprijs1 of een valutaverschil2 moet naar mijn mening de opbrengst na aanpassing in aanmerking worden genomen.
Voor het in aanmerking nemen van een opbrengst uit latere wederverkoop, opbrengst of gebruik volgt uit artikel 71, lid 1, onderdeel d, DWU noch uit andere bepalingen dat sprake moet zijn van een voorwaarde voor verkoop. In mijn optiek is deze voorwaarde echter impliciet besloten in voornoemd artikel en hoeft (een deel van) de opbrengst alleen in aanmerking genomen te worden als zulks volgt uit contractuele afspraken tussen koper en verkoper. Daarnaast moet er een direct verband bestaan tussen de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de ingevoerde goederen en de opbrengst uit latere verkoop.3 Dividenden zijn derhalve niet aan te merken als opbrengsten uit latere verkopen.4 Ook rentebetalingen en vergoedingen voor andere financiële dienstverlening vormen om die reden geen opbrengsten uit latere verkopen, zelfs niet als de hoogte van de vergoeding wordt berekend als percentage van de opbrengst die wordt behaald uit de latere wederverkoop, overdracht of gebruik van de ingevoerde goederen.5 Dit geldt ook voor betalingen voor royalty- of licentierechten waarbij voornoemde berekeningsmethode wordt toegepast. De werkelijk betaalde of te betalen prijs wordt alleen verhoogd met betalingen voor royalty- of licentierechten indien aan de voorwaarden van artikel 71, lid 1, onderdeel c, DWU is voldaan (onderdeel 11.5). Sterker, indien niet aan de voorwaarden is voldaan in artikel 71, lid 1, onderdeel c, DWU wordt een betaling voor een royalty- of licentierecht niet alsnog belastbaar onder artikel 71, lid 1, onderdeel d, DWU.6
Het bedrag van de opbrengst moet bepaalbaar zijn, omdat dit anders een grond vormt om de transactiewaarde op basis van artikel 70, lid 3, onderdeel c, DWU te verwerpen vanwege het niet voldoen aan één van de voorwaarden voor de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen (onderdeel 7.5.3). Indien op het moment van invoer de berekeningswijze vaststaat,7 maar het bedrag nog niet kan worden bepaald, moet een vereenvoudigde aangifte worden ingediend (onderdeel 6.4.2). Ook kan een forfait in aanmerking worden genomen als aan de voorwaarden van een artikel 73-vergunning wordt voldaan (onderdeel 6.4.3). Artikel 70, lid 3, onderdeel c, DWU lijkt hier niet – als voorwaarde voor de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen – aan in de weg te staan. Immers, aan deze voorwaarde wordt voldaan als een toepasselijke aanpassing wordt gedaan. Ook artikel 73, onderdeel b, DWU lijkt geen beperking aan te leggen ten aanzien van artikel 71, lid 1, onderdeel d, DWU. Er wordt immers alleen gesproken over ‘de in de artikelen 71 en 72 bedoelde bedragen’ zonder de opbrengst uit latere verkoop daarvan uit te sluiten.