Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/10.5.2
10.5.2 Artikel 23 EEX-V°/17 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413206:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 22 EEX-V°/16 Verdrag is geen mogelijkheid, omdat het een exclusieve bevoegdheid is, zodat de eiser op dit punt geen keuze heeft.
HvJ EG 27 april 2004, zaak C-159/02, Tumer/Grovit, Jur. 2004, p. 1-3565, NJ 2007, 152, r.o. 25.
Ras, TvP, 1975, p. 890; Droz, Compétence Judiciaire, p. 133, nr. 213 en 214; Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 8; vgl. over art. 5 lid 1 EEX: CC lère Ch. civ. 25 januari 1983, Rev Crit 1983, p. 516.
Par. 10.7.43.; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a-442- 446.
De eiser zich uiteindelijk vooral moeten laten leiden door de vraag of naar zijn inschatting (voor het geschil) de forumkeuze geldig is. Zo ja, dan zal hij vanuit juridisch oogpunt het aangewezen gerecht adiëren. Uit art. 23 EEX-V°/17 Verdrag volgt immers dat de gekozen rechter in beginsel exclusief bevoegd is. Zo niet, dan zal hij zijn vordering bij één van de gerechten aanhangig maken op grond van de art. 2-21 EEX-V°/2-15 Verdrag.1 Niettemin zal de analyse van de eiser niet steeds juist zijn. Niet alleen is een vergissing menselijk, maar ook spelen de hiervoor genoemde — vaak niet juridische — motieven een rol. Indien de EEX-V° of het Verdrag van toepassing zijn, rijst de vraag welke rechter in een EG-lidstaat of verdragsluitende staat oordeelt over de rechtsgeldigheid van de forumkeuze.
De eerste regel van internationaal bevoegdheidsrecht die ik in de inleiding heb genoemd — de aangewezen rechter is steeds bevoegd over de geldigheid van een forumkeuze te oordelen indien deze is betwist — zou niet goed passen in het systeem van de EEX-V° en het Verdrag. Alle gerechten nemen voor toepassing van de EEX-V° en het Verdrag een gelijkwaardige positie in. Zij moeten voor de toepassing van de EEX-V° en het Verdrag vertrouwen stellen in elkaars oordelen en hun uitspraken zijn voor erkenning en tenuitvoerlegging vatbaar in de andere EG-lidstaten resp. verdragsluitende staten.2 Indien de EEX-V° of het Verdrag van toepassing is, is het in beginsel daarom steeds de geadieerde rechter die de rechtsgeldigheid van de forumkeuze bepaalt. In geval van forumkeuze krachtens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is de geadieerde rechter dan ook degene die de forumkeuze zal toetsen aan deze bepaling.3De tweede regel van internationaal bevoegdheidsrecht is derhalve de regel die voor art. 23 EEX-V°/17 Verdrag geldt.
Toch is de eerste regel soms op een forumkeuze van toepassing krachtens art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag. Indien de partijen bij de forumkeuze geen van allen een woonplaats hebben in een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat en zij een gerecht van een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat hebben aangewezen, is het laatste gerecht bevoegd om de rechtsgeldigheid van de forumkeuze te bepalen. De gederogeerde gerechten in de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten kunnen van een geschil geen kennis nemen zolang de aangewezen rechter of rechters zich niet onbevoegd heeft resp. hebben verklaard. Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag is op deze forumkeuze verder niet van toepassing, omdat de partijen die de forumkeuze hebben gesloten geen woonplaats hebben in een EG-lidstaat c.q. verdragsluitende staat. Art.
23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag heeft tot gevolg dat het primaat van de gekozen rechter in alle EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten is erkend.4