Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.12
13.12 Vormvoorschriften en taal
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS413163:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546.
Vgl. Rb. Breda 15 mei 1990, NIPR 1990, 507; HR 21 mei 1999, NIPR 1999, 166, NJ 2000, 507; Pres. Rb. Rotterdam 25 mei 2000, NIPR 2001, 54; Rb. Arnhem 30 maart 2004, NIPR 2004, 261.
Vgl. HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 36.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Jacqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castellettiffrumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 34.
Par. 13.2.
Van Houtte/Pertegás Sender, Het nieuwe Europese 1PR, p. 38.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 35.
HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 36.
Het ging om zeevervoer van Argentinië naar Italië door Argentijnse afzenders naar een Italiaanse ontvanger (Castelletti). De laatste stelde wegens moeilijkheden bij het lossen een vordering in tegen de Italiaanse cargadoor en scheepsagent (Hugo Trumpy) van de Deense transporteur (Lauritzen Reefers A/S). Voor het zeevervoer was een cognossement in het Engels uitgegeven met een forumkeuze voor de High Court in Londen. Castelletti had de ongeldigheid ingeroepen van de forumkeuze in het cognossement met de stelling dat de taal een band moet hebben met (één van de) partijen en dat zonder deze band het niet zou gaan om een 'toegelaten vorm' in de zin van art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag.
AG Léger voor HvJ EG 16 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, par. 91.
Vgl. OLG Frankfurt 27 april 1976, RIW 1976, p. 533; Rb. Amsterdam 1 oktober 1986, NIPR 1987, 454; Rb. Haarlem 22 december 1998, NIPR 1999, 84; Rb. Arnhem 30 maart 2004, NIPR 2004, 261; Geimer, IZPR, p. 439, nr. 1696; Voor het arbitraal beding zie echter HR 2 februari 2001, NJ 2001, 200.
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 105, nr. 117; Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 53; vgl. Corte di Cassazione, sezione unite, 27 maart 1980, Serie D I-17.1.2-B 19; Ktr. in BR 21 november 1986, NJ 1987, 229 (kennis van de Duitse taal nu de overeenkomst in deze taal was gesteld); Ktr. Zutphen 12 augusts 1986, NJ 1987, 402, NIPR 1987, 452; Rb. Breda 15 mei 1990, NIPR 1990, 507; Rb. 's-Gravenhage 27 november 1991, NIPR 1992, 267.
Gothot/Holleaux, La Convention, p. 105, nr. 117; Rb. Haarlem 22 december 1998, NIPR 1999, 84; Rb. Arnhem 30 maart 2004, NIPR 2004, 261.
Anders: Burgerlijke Rechtbank Antwerpen, 26 juni 1975, RW 1975-1976, p. 1311 die gelet op de persoon (een landbouwer) het begrip van het geding onderzoekt en Ktr. Zutphen 12 augustus 1986, NJ 1987, 402, NIPR 1987, 452.
Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 160; Geimer, IZPR, p. 439, nr. 1696; Nagel/Gottwald, IZPR, p. 192 (voor Duits commuun internationaal privaatrecht); Rb. Middelburg 4 juli 1984, NIPR 1984, 329; Rb. Amsterdam 1 oktober 1986, NIPR 1987, 454; Rb. Breda 15 mei 1990, NIPR 1990, 507; Rb. Middelburg 30 november 1994, NIPR 1996, 296; vgl. Hof 's-Hertogenbosch 24 juli 1997, NIPR 1998, 125 (bevestigd op andere gronden door BR 21 mei 1999, NIPR 1999, 166); Rb. Utrecht 26 april 2000, NIPR 2000, 216 en Rb. Amsterdam 13 januari 1999 kenbaar uit Hof Amsterdam 29 juni 2000, NIPR 2000, 298 die de taal laten meewegen bij beoordeling van het begrip van de forumkeuze door de andere partij nu het om hun moedertaal ging; Pres. Rb. Rotterdam 25 mei 2000, NIPR 2001, 54, KG 2000, 160; Rb. Arnhem 30 maart 2004, NIPR 2004, 261; anders: BR 2 februari 2001, NJ 2001, 200 (Petermann/Frans Maas) voor een arbitraal beding; Rb. Rotterdam 28 september 1995, NIPR 1996, 301.
Van Wechem, Toepasselijkheid van algemene voorwaarden, p. 110.
Rb. Breda 15 mei 1990, NIPR 1990, 507; Pres. Rb. Rotterdam 25 mei 2000, NIPR 2001, 54, KG 2000, 160; anders: Rb. 's-Gravenhage 27 november 1991, NIPR 1992, 267.
Kropholler, EZPR, p. 290, nr. 37.
HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565.
BR 21 mei 1999, NIPR 1999, 166, NI 2000, 507.
Geimer, IZPR, p. 443, nr. 1721.
Het probleem van taal en forumkeuze bespreek ik in het hoofdstuk over vormvoorschriften, omdat de discussie over de taal zich het meeste voordoet bij de vraag of voor de forumkeuze de juiste vorm in acht is genomen. Bovendien heeft het Hof van Justitie taalvoorschriften beschouwd als vormvoorschriften.1 Taal lijkt met name in twee opzichten voor een probleem te zorgen. Ten eerste bestaat het probleem dat de forumkeuze in een andere taal luidt dan het document dat verwijst naar de forumkeuze (en vaak overige voorwaarden). Ten tweede blijkt regelmatig dat geschillen ontstaan over de taal van de verwijzing. Bijna steeds ontstaan deze geschillen zodra de taal van de verwijzing of de documenten (met de forumkeuze) waarnaar wordt verwezen afwijken van de taal van de schriftelijke overeenkomst of schriftelijke bevestiging van de overeenkomst. Deze afwijking vindt vaak zijn grond in de omstandigheid dat de verwijzing of de (algemene) voorwaarden een standaardvermelding is respectievelijk standaardvoorwaarden zijn die niet zijn aangepast aan de taal waarin is onderhandeld of de overeenkomst is bevestigd of gesloten.2
Art. 23 EEX-V°/17 Verdrag kent geen regels over de taal van de verwijzing of de forumkeuze.3 Nationale voorschriften over de taal van een forumkeuze of de verwijzing, komen neer op een vormvoorschrift; 4 hetgeen niet is toegestaan op grond van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. De vormvoorschriften in art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zijn uitputtend.5 Zij dienen de rechtszekerheid, waarborgen de wilsovereenstemming en beschermen de zwakke partij(en).6 Nationale taalvoorschriften of eisen betreffende ondertekening zijn dan ook verboden.7
In het arrest Castelletti/Trumpy8 overweegt het Hof van Justitie wel dat een bijzondere vorm mogelijk is, indien deze voorwaarde verband houdt met de vereisten van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Het is niet duidelijk wat het Hof van Justitie daarmee bedoelt en het lijkt op gespannen voet te staan met het arrest Elefanten Schuh/Jacqmain. Het Hof van Justitie lijkt daarmee enige ruimte te laten voor rechtspraak die voorwaarden stelt ten aanzien van de taal (van een verwijzing). Mijns inziens heeft het Hof van Justitie dat niet gewild, maar heeft het Hof van Justitie slechts ruimte voor taal of taalvoorschriften gelaten in het kader van de beoordeling van de vorm van art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag (vorm die is toegelaten in de internationale handel). Dat lijkt te volgen uit de daarop volgende rechtsoverweging die de nationale rechter opdraagt om bij de beoordeling van de forumkeuze, inclusief de taal waarin de forumkeuze is gesteld en het gebruik van een bepaald formulier, na te gaan of het beding in overeenstemming is met art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag.9 Daarop laat het Hof van Justitie direct volgen dat het de verdragsluitende staten niet vrijstaat andere vormvoorschriften voor te schrijven dan voorzien in EEX-V°Nerdrag. Deze lezing van de bewuste rechtsoverweging van het Hof van Justitie lijkt te worden bevestigd door de conclusie van AG Léger en vindt zijn oorsprong in de formulering van de préjudiciële vraag. Het Corte di Cassazione had gevraagd of de taal van een forumkeuze een band met de nationaliteit van partijen moet hebben of dat het voldoende is dat het gaat om een taal die doorgaans wordt gebruikt in de internationale handel.10 AG Léger is heel duidelijk dat de partijautonomie van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag in de weg staat aan het vereisen van een bepaalde taal of een band met (één van de) partijen.11 In het licht van deze beide rechtsoverwegingen en de conclusie van AG Léger meen ik dat het Hof van Justitie geen andere ruimte voor taal of taalvoorschriften heeft willen laten dan in het kader van een beoordeling van de internationale handelsgebruiken.
De taal van een verwijzing naar (algemene) voorwaarden met een forumkeuze of de forumkeuze zelf, houden in vier opzichten verband met de vereisten van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag:
De taal van de verwijzing en de forumkeuze dienen begrijpelijk te zijn voor beide partijen, omdat anders de wilsovereenstemming over de forumkeuze onvoldoende vaststaat en tot uitdrukking komt.12 De taal dient derhalve te worden bezien in het licht van de wilsovereenstemming.13 Indien de geadieerde rechter tot de conclusie komt dat een partij de taal van de verwijzing niet begrijpt, kan hij zonder schending van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag tot de conclusie komen dat de wilsovereenstemming ontbreekt.14 Het gaat om het begrip van de taal. De rechter dient niet te onderzoeken of de partijen de forumkeuze zelf begrepen.15 Begrijpt de wederpartij de taal, dan moet zij geacht worden ook de forumkeuze te begrijpen.
De vraag of de wederpartij met de forumkeuze rekening diende te houden, indien deze zonder overleg in sommige stukken voorkomt, hangt hiermee nauw samen. Indien partijen in een taal onderhandelen en in deze taal de schriftelijke overeenkomst of schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst opmaken, behoeft de wederpartij geen rekening te houden met een (standaard) verwijzing of een forumkeuze in een andere taal indien over de forumkeuze niet is onderhandeld of gesproken.16 Anders dan bij het arbitraal beding behoeft de wederpartij dus niet een 'pro-actieve' houding aan te nemen door opheldering of verduidelijking te vragen.17 De wederpartij mag ervan uitgaan dat de afspraken in de gespreksen overeenkomsttaal volledig zijn.18 Als uitzondering op deze regel zie ik met name de situatie dat de andere partij uitdrukkelijk op de forumkeuze, of de voorwaarden waarin deze voorkomt, is gewezen. Omgekeerd: een wederpartij van degene die verwijst is in beginsel wel gebonden aan een (duidelijke) verwijzing naar een forumkeuze die in de taal is geschied waarin de onderhandelingen hebben plaatsgevonden en in de taal gebruikt voor de overeenkomst.19
De taal van de verwijzing speelt een rol bij de beoordeling of sprake is van een gewoonte die in de betrokken tak van internationale handel gewoonlijk in acht pleegt te worden genomen en waarvan partijen op de hoogte zijn of hadden moeten zijn. Volgens het arrest MSG/Gravières20 kan in een bepaalde tak van de internationale handel bij de totstandkoming van overeenkomsten doorgaans en regelmatig gebruik van een bepaalde taal een handelwijze zijn die gebruikelijk is. Daarmee is het gebruik van andere talen in die handelsbranche in beginsel uitgesloten.21
De taal waarin een verwijzing of forumkeuze is gesteld, is geen verwijzing naar het recht (of de rechtsstelsels) dat respectievelijk die bij die taal horen. Een Engels gesteld cognossement is op zichzelf derhalve geen verwijzing naar de Engelse gerechten of het Engelse recht.22