De geschillenregeling ten gronde
Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/III.1.1:III.1.1 Inleiding
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/III.1.1
III.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS376170:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staan de toetsingscriteria voor de toewijzing van de vorderingen van de geschillenregeling centraal. De uitstoting ex art. 2:336 lid 1 BW kent een ander criterium waaraan de rechter behoort te toetsen dan de uittreding van art. 2:343 BW. Gaat het in art. 2:336 lid 1 BW om het belang van de vennootschap, in art. 2:343 BW betreft het de rechten en belangen van de aandeelhouder. De norm voor de derde vordering van de geschillenregeling, de gedwongen overgang van stemrecht (art. 2:342 BW, zie § IV.5), is identiek aan die van de uitstoting. De invulling van de diverse elementen van de twee normen is niet identiek.
In dit hoofdstuk komen de beide toetsingscriteria aan de orde. Na een korte bespreking van de opmerkingen in de wetsgeschiedenis over de vraag wanneer van uitstoting en uittreding sprake mag zijn, ga ik in op de eerste procedure van de geschillenregeling, de uitstoting. Vervolgens komt de meer populaire uittredingsvordering aan de orde. Omdat er — vooral — veel bezwaren en onduidelijkheden zijn over de toetsingscriteria onderzoek ik of een andere norm niet beter recht zou doen aan de beide vorderingen. Ik bekijk of er één norm voor beide vorderingen te formuleren is.