V-N Vandaag 2024/878
BPM-naheffing blijft volgens A-G in stand ondanks eerdere schending EU-verdedigingsbeginsel
HR (Parket) 05-04-2024, ECLI:NL:PHR:2024:379
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
5 april 2024
- Zaaknummer
23/02907
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
Fiscaal procesrecht / Procesorde
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1410, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:379, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑04‑2024
- Wetingang
Algemene wet bestuursrecht (BWBR0005537, 8:75)Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (BWBV0001000, 6)Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (BWBR0005806, 10)Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (BWBR0005806, 9)Algemene wet inzake rijksbelastingen (BWBR0002320, 20)
Essentie
A-G Koopman is van mening dat het nationale procesrecht voldoende mogelijkheden biedt om op een proportionele wijze de eventuele schade aan de verdedigingsbelangen van X bv te repareren.
Samenvatting
X bv doet BPM-aangifte voor een Range Rover en voldoet op basis van de zelf bedachte ‘herleidingsmethode’ € 17.287. In geschil is de naheffingsaanslag van € 11.132. Tot hetzelfde bedrag was eerder ook al een naheffingsaanslag opgelegd, maar die was niet correct aangekondigd, zodat die bij uitspraak op bezwaar is vernietigd. Volgens Rechtbank Den Haag is de tweede naheffingsaanslag geoorloofd, omdat bij naheffing geen nieuw feit nodig is. De aanslag wordt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.