Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.4.2.6.2
8.2.4.2.6.2 Iberdrola-arrest
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291280:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het Hof miskent naar mijn mening dat het de vraag van de verwijzende rechter is of art. 168 Btw-richtlijn zich ertegen verzet dat het om niet verrichten van een dienst op grond van het Bulgaarse recht volstaat om de aftrek te weigeren, los van de vraag of de gemeente die dienst in het kader van haar economische activiteit gebruikt of voor niet-bedrijfsdoeleinden en los van de vraag of de afnemer van de dienst (in deze zaak: Iberdrola) gebruikt voor zijn belastbare handelingen. Het lijkt mij ook moeilijk voorstelbaar dat een gemeente een pompstation voor afvalwater gebruikt in het kader van haar economische activiteit, maar dat terzijde. In soortgelijke zin: E.T. Terra, ‘De noodzaak van aftrek’, NTFR-B 2017/48, p. 8 en Swinkels, noot bij HvJ EU 14 september 2017, zaak C-132/16, BNB 2018/65 (Iberdrola).
Omdat het Hof de eerste stap in r.o. 28, zoals gebruikelijk, ruimer formuleert (één of meer handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat’) en de meervoudsvorm ook in enkele ander overwegingen en het dictum terugkomt (‘belaste handelingen in een later stadium’), kan uit dit arrest naar mijn mening niet worden afgeleid dat het Hof de eerste stap (toch) beperkt tot kosten die rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met een specifieke belastbare handeling (zie hierover nader paragraaf 8.2.4.2.2.1). Omdat het bij de beoogde verhuur van de vakantieappartementen gaat om belaste handelingen zal ik hierna consequent de meervoudsvorm gebruiken, ook wanneer het Hof dit (ten onrechte) niet doet.
In gelijke zin: M.E. van Hilten, ‘Vakantieparken aan de Zwarte Zee en voorbelasting’, FED 2018/11.
De door Van Hilten opgeworpen vraag of de uitkomst anders was geweest indien vast zou staan dat de gemeente het pompstation niet in het kader van haar economische activiteit gebruikt (M.E. van Hilten, ‘Vakantieparken aan de Zwarte Zee en voorbelasting’, FED 2018/11), beantwoord ik derhalve ontkennend.
Zie ook de Engelse vertaling van r.o. 37: “In that regard, it will be necessary to take into account the fact that the input reconstruction service at issue in the main proceedings is a component of the cost of a taxed output transaction by Iberdrola.” Of de kosten van de herstelwerkzaamheden door Iberdrola al dan niet zijn verdisconteerd in de belaste verhuurprijzen is derhalve niet relevant. Anders: M.E. van Hilten, ‘Vakantieparken aan de Zwarte Zee en voorbelasting’, FED 2018/11.
In de procestaal, het Bulgaars, wordt voor zover ik heb kunnen nagaan een woord gebruikt dat nodig betekent. Ook in andere vertalingen wordt een equivalent van het begrip ‘nodig’ gebruikt. In de Nederlandse vertaling van het arrest is dit naar mijn mening ten onrechte vertaald als ‘noodzakelijk’. In gelijke zin: N.P. Arzini en S.J. Carrière, ‘Nodige nuance noodzakelijkheid’, BtwBrief 2017/74, G.J. van Bruggen en L. Meedendorp, ‘Nadere nuance noodzakelijkheid; indirecte betrokkenheid’, BtwBrief 2020/43 en N.P. Arzini en S.J. Carrière, ‘Profijt door een derde leidt niet tot profijt voor de fiscus’, BtwBrief 2020/80, p. 8.
Het Hof merkt in r.o. 39 naar mijn mening ten onrechte de bouw van de gebouwen aan als de uitgaande belaste handeling in een later stadium. De uitgaande belaste handelingen in een later stadium bestaan in de belaste verhuurdiensten.
In het Iberdrola-arrest herformuleert het Hof de gestelde prejudiciële vragen tot de vraag of een belastingplichtige recht heeft op btw-aftrek voor een dienstverrichting die bestaat in het (ver)bouwen van een onroerend goed dat eigendom is van een derde, wanneer die derde om niet het genot van het resultaat van die diensten verkrijgt en die diensten zowel door die belastingplichtige als door die derde in het kader van die economische activiteiten worden gebruikt.1 Het Hof stelt bij de beantwoording van die (hergeformuleerde) vraag voorop dat bij het criterium ‘rechtstreekse en onmiddellijke samenhang’ alleen rekening gehouden moet worden met verrichtingen die objectief verband houden met de belastbare handelingen van de belastingplichtige. Of dat verband bestaat, moet daarom worden beoordeeld op basis van de objectieve inhoud van de ingaande belaste handeling. Voor de vraag of Iberdrola recht heeft op (volledige) aftrek van de btw op de kosten voor het herstel van het pompstation, moet worden getoetst of er een rechtstreeks en onmiddellijke samenhang bestaat tussen de hersteldienst enerzijds en anderzijds een in een later stadium door Iberdrola verrichte belaste handeling (lees: één of meer belaste handelingen in een later stadium2) of de economische activiteit van die vennootschap.
Uit de verwijzingsbeslissing leidt het Hof af dat de aansluiting aan het pompstation van de gebouwen die Iberdrola van plan was om te bouwen, onmogelijk zou zijn geweest zonder het herstel van dat station, zodat het herstel noodzakelijk was voor de verwezenlijking van het project en Iberdrola bijgevolg zonder een dergelijk herstel haar economische activiteit (lees: de belaste verhuurhandelingen) niet had kunnen uitoefenen. Het valt naar mijn mening niet moeilijk om hierin de vaststelling van een finaal causaal verband te ontwaren, aangezien het hof nagaat of de herstelwerkzaamheden hun oorzaak vinden in de beoogde belaste verhuur van de vakantieappartementen én deze werkzaamheden ook met het oog op die verhuurdiensten zijn afgenomen. Uit het arrest maak ik op dat het Hof dit verband voldoende acht voor (het aannemen van) een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang met de (voorgenomen) belaste verhuurdiensten.3 Dat de herstelwerkzaamheden ook ten goede komen aan de gemeente doet geen afbreuk aan die samenhang. Hieruit is naar mijn mening af te leiden dat het voor het aftrekrecht van Iberdrola niet relevant is of de gemeente – de derde – het herstelde pompstation al dan niet in het kader van haar economische activiteit gebruikt.4 Dat komt mij ook logisch voor, aangezien uit art. 168 Btw-richtlijn volgt dat voor de omvang van het recht op btw-aftrek van Iberdrola het gebruik van de afgenomen hersteldiensten voor haar (voorgenomen) belaste handelingen beslissend is. Het Hof wijst er naar mijn mening dan ook terecht op dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat de hersteldienst een element is van de prijs – het gaat hier om de kostprijs en niet om de verkoopprijs (zie paragraaf 8.2.4.2.1.2)5 – van in een later stadium verrichte belaste handelingen van Iberdrola.
Het Hof overweegt vervolgens dat het daarnaast aan de verwijzende rechter is om na te gaan of de herstelwerkzaamheden beperkt zijn gebleven tot hetgeen nodig6 was om de aansluiting van de door Iberdrola gebouwde onroerende goederen op het pompstation voor afvalwater te waarborgen. Zijn de herstelwerkzaamheden verder gegaan dan nodig was voor de door Iberdrola opgetrokken gebouwen, dan leidt dit tot een gedeeltelijke verbreking van de rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de herstelwerkzaamheden en de in een later stadium verrichte belaste handelingen.7 In dat geval heeft Iberdrola slechts recht op btw-aftrek voor zover de kosten voor het herstel van de het pompstation voor afvalwater objectief nodig zijn om Iberdrola in staat te stellen haar belaste handelingen te verrichten.