Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/10.7.4.2
10.7.4.2 Verhouding van artikel 23 lid 3 EEX-r/17 lid 1, laatste zin Verdrag tot artikel 24 EEX-r/18 Verdrag
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414383:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, r.o. 44. Zie par. 8.4.
HvJ EG 13 juli 2000, zaak C-412/98, Group Josi/UGIC, Jur. 2000, p. 1-5925, NJ 2003, 597, r.o. 44. Zie hierover uitgebreid par. 8.4 dat gaat over de vraag of de verweerder (of één der partijen?) zijn (haar) woonplaats op het grondgebied van een EG lidstaat c.q. verdragsluitende staat dient te hebben.
Art. 18 Verdrag spreekt over 'dit Verdrag' in plaats van 'deze verordening'.
Art. 17 Verdrag vermeldt in deze zinsnede 'verdragsluitende staten van het geschil geen kennis nemen' in plaats van 'lidstaten van het geschil niet kennisnemen'.
HvJ EG 24 juni 1981, zaak 150/80, Elefanten Schuh/Ja.eqmain, Jur. 1981, p. 1671, NJ 1981, 546; HvJ EG 7 maart 1985, zaak 48/84, Spitzley/Sommer Exploitation, Jur. 1985, p. 787, NJ 1986, 336.
Is art. 24 EEX-V°/18 Verdrag van toepassing, indien de eiser de vordering in weerwil van art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag aanbrengt bij een forum derogatum en de verweerder stilzwijgend de bevoegdheid van het gerecht aanvaardt?
Ten eerste lijkt uit het arrest Group Josi/UGIC, te volgen dat art. 24 EEX-V°/18 Verdrag van toepassing is, zelfs indien geen van de partijen woonplaats heeft in een EG-lidstaat resp. verdragsluitende staat.1 Derhalve neem ik in deze paragraaf aan dat art. 24 EEX-V°/18 Verdrag in deze situatie van toepassing is ongeacht de woonplaats van partijen.2
Twijfel is mogelijk over het antwoord op de vraag of art. 24 EEX-V°/18 Verdrag ziet op de situatie waarbij een gerecht zich van berechting van de zaak moet onthouden wegens een forumkeuze, waarop art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag van toepassing is. De twijfel volgt uit de tekst van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag en de dwingende redactie van het artikel en de doelstelling om een rangregeling te geven voor deze categorie forumkeuzen. Beide argumenten licht ik hierna toe om ze vervolgens te verwerpen. Indien partijen gebruik willen maken van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag doen zij er verstandig aan om de forumkeuze ten processe (achteraf) schriftelijk vast te leggen. Het is daarom raadzaam in geval van een processuele forumkeuze tot schriftelijke vastlegging over te gaan. Dan kunnen zij een beroep doen op een uitdrukkelijke forumkeuze van latere datum, zodat de weg vrij is voor toepasselijkheid van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag.
Ten eerste ziet stilzwijgende forumkeuze blijkens de eerst zinsnede van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag (`Buiten de gevallen dat zijn bevoegdheid voortspruit uit andere bepalingen van deze verordening')3 op situaties die worden beheerst door EEX-V°/ Verdrag. Het kenmerkende van de situatie van art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag is echter dat de forumkeuze niet door EEX-V°Nerdrag wordt bestreken behoudens de derogatie van andere gerechten van de EG-lidstaten resp. verdragsluitende staten. Het commune internationaal privaatrecht bepaalt uiteindelijk of de forumkeuze geldig is, art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag regelt alleen welke rechter over de geldigheid beslist.
De imperatieve formulering van deze bepaling lijkt ten tweede het gerecht te dwingen voorbij te gaan aan art. 24 EEX-V°/18 Verdrag. Volgens de bepaling van art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag 'kunnen de gerechten van andere lidstaten van het geschil niet kennisnemen' .4Deze dwingende bewoordingen lijken een absoluut verbod in te houden. Toch acht ik deze zinsnede niet imperatief bedoeld in verhouding tot art. 24 EEX-V°/18 Verdrag. Een latere (stilzwijgende) forumkeuze kan steeds een eerdere forumkeuze opzij zetten. Art. 24 EEX-V°/18 Verdrag blijft derhalve een grond voor bevoegdheid van een gederogeerd gerecht. Ook wijs ik op de tekst van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag en de rechtspraak van het Hof van Justitie5 over de verhouding tussen een forumkeuze ex art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en art. 24 EEX-V°/18 Verdrag. Het Hof van Justitie heeft daarin, kort gezegd, de voorrang van art. 24 EEX-V°/18 Verdrag boven art. 23 EEX-V°/17 Verdrag bevestigd. Hoewel de forumkeuze niet is onderworpen aan een art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, gaat het hier eveneens om een botsing tussen een uitdrukkelijke en een stilzwijgende forumkeuze. Er is geen reden de forumkeuze ex art. 23 EEX-V°/17 Verdrag anders te behandelen dan een forumkeuze volgens het commune internationaal privaatrecht in verhouding tot art. 24 EEX-V°/18 Verdrag. De voorrang van een stilzwijgende forumkeuze ex art. 24 EEX-V°/18 Verdrag boven de uitdrukkelijke forumkeuze van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag geldt daarom ook voor forumkeuze onder het commune internationale privaatrecht. Art. 23 lid 3 EEX-V°/17 lid 1, laatste zin Verdrag verandert daar niets aan.