Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.10:VI.B.10. Casus I. De 'kale' boedelberedderaar
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VI.B.10
VI.B.10. Casus I. De 'kale' boedelberedderaar
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS406038:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een'kale' boedelberedderaar kan voorkomen op grond van'de leer VAN DER PLOEG'.
VAN MOURIK, Erfrecht, Deventer: Kluwer 2002, p. 225. En ASSER-VAN DER PLOEG-PERRICK, Erfrecht, Deventer: W.E.J.Tjeenk Willink 1996, p. 490.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Stel erflater heeft onder oud recht een executeur met bezit benoemd, tevens boedelberedderaar. De bevoegdheden van de boedelberedderaar zijn niet nader ingevuld, een 'kale' boedelberedderaar oftewel een boedelberedderaar sec. De nalatenschap valt open onder nieuw recht. Hoe dient deze boedelbe-redderaar overgangsrechtelijk benaderd te worden?
Stap I
Allereerst merk ik op dat op grond van art. 133 Ow de executeur met bezit,als beheersexecuteur wordt aangemerkt, een executeur waarop afdeling 6 van toepassing, behoudens voor zover erflater andere voorzieningen getroffen heeft.1
Stap II
Vervolgens dient het door erflater gebruikte begrip 'boedelberedderaar' nog geanalyseerd te worden. Met het oog op de 'omstandigheden' van art. 4:46 BW passen we de regel toe (nu het begrip niet nader is ingevuld2)onder-grens van de bevoegdheden is bovengrens van de bevoegdheden. De hierboven geformuleerde ondergrens van de bevoegdheden van de boedelberedde-raar kwam neer op 'de schulden van de nalatenschap te betalen en in het kader daarvan binnen de wettelijke bevoegdheden goederen te gelde te maken'. De wettelijke bevoegdheden om nalatenschapsgoederen te gelde te kunnen maken zijn (zonder nadere invulling van erflater) art. 4:1059 BW (om legaten te kunnen uitkeren) en art. 72 SW (om successierecht te kunnen betalen).
Stap III
Deze bevoegdheden moeten we vervolgens (op grond van de onmiddellijke werking van de nieuwe legitieme) leggen op de modelregeling van de nieuwe erfrechtwetgever en kijken of ze binnen het sjabloon van afdeling 6 passen. Zo niet, indien er sprake is van een 'ongeoorloofde' uitbreiding, dan wordt de 'boedelredding' aangemerkt als een afwikkelingsbewind in de zin van afdeling 7 en is de verkrijging va de erfgenaam-legitimaris inferieur.
Aangezien de ('ondergrens')bevoegdheden van de betreffende boedelbe-redderaar passen binnen de wettelijke opdracht van art. 4:144 BW is er geen sprake van een 'ongeoorloofde' uitbreiding.
Immers 'bezit' = 'beheer'. Een boedelberedderaar mag de schulden van de nalatenschap voldoen, hetgeen een beheersexecuteur ook mag. En op grond van art. 4:147 BW bestaat - mede gezien het 'tenzijtje' in lid 2 van het betreffende artikel - een ruimere bevoegdheid om nalatenschapsgoederen te gelde te maken dan op grond van de oude wet van toepassing was, te weten art. 4:1059 BWen art. 72 SW.
Bij de toepassing van de regel van art. 133 Ow speelt de term'bezit'een belangrijke rol. Zoals hierboven opgemerkt mag er vanuit gegaan worden dat de term'bezit' opgesloten zit in de term'boedelberedderaar'.3