De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.1.1:9.1.1 Inleiding
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.1.1
9.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232409:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze studie gaat over de vraag of de bij of krachtens uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting een bijzondere stichting is:
door haar bij het erfrecht bepaalde positie, de regeling van de stichting als uiterste wilsbeschikking (afdeling 4.5.4 BW); en
door haar in het erfrecht bepaalde positie, als erfgenaam, legataris, lastbevoordeelde, executeur, enzovoort.
Deze onderzoeksvraag heb ik geconcretiseerd ten aanzien van twee aspecten. Het eerste aspect ziet op de vraag of de bij dode opgerichte stichting in het rechtspersonenrecht of erfrecht anders wordt behandeld dan de bij leven opgerichte stichting. Het tweede aspect betreft de vraag naar de positie van de bij dode opgerichte stichting en de natuurlijk persoon in het erfrecht.
Het is tijd de vragen te beantwoorden. In 9.1.2 bespreek ik de conclusies uit mijn onderzoek. In 9.2 kom ik nog kort terug op het resultaat van de rechtsvergelijking met Duitsland en België. In 9.3 worden enkele suggesties gedaan voor verbetering en verduidelijking van de wettelijke regeling ten aanzien van de bij dode opgerichte stichting. Een eindconclusie volgt in 9.4.