Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.4.1:17.4.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/17.4.1
17.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS492264:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 16.3 e.v. hiervoor.
Dit laatste ter onderscheiding van zuivere boetevragen die ook op art. 47, lid 1, onder a AWR steunen. Daarvoor geldt het boeterechtelijk zwijgrecht ex art. 5:10a Awb.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bijdrage van het (beperkt) boeterechtelijk zwijgrecht in art. 5:10a Awb en de daaraan gekoppelde cautieplicht aan de realisatie van het EVRM-zwijgrecht, zijn vrij beperkt. Inherent aan de opvatting van de Nederlandse wetgever en rechter dat verdachte belastingplichtigen in de heffingssfeer niet beter af mogen zijn dan niet-verdachte belastingplichtigen, is dat aan het nemo tenetur-beginsel recht moet worden gedaan in de sanctie- c.q. bewijsuitsluitingssfeer.1 Voor wat betreft fiscale boetezaken gaat het dan primair om de door de belastingkamer van de HR geformuleerde bewijsuitsluitingsregel voor verklaringen ex art. 47, lid 1, onder a AWR, die enig heffingsbelang hebben.2