Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.3.4.2
5.3.4.2 Kruisaansprakelijkheid
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS586888:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
UmwG, art. 133 lid 1. Over het begrip Begründung, zie 3.2.4.2.
UmwG, art. 133 lid 1. Maier/Seulen in Semler/Stengel 2012, § 133, Rdnr. 29-30. Zie ook Rdnr. 28 over de vraag of het een wettelijke aansprakelijkheid betreft.
Wardenbach in Henssler/Strohn 2014, UmwG § 133, Rdnr. 8.
UmwG, art. 133 leden 3 en 4. Hiervoor geldt een verjaringstermijn die op hetzelfde moment begint te lopen, UmwG, art. 133 lid 6 jo. lid 4, eerste volzin. Voor verzorgingverplichtingen uit hoofde van de Betriebsrentengesetz geldt een termijn van 10 jaar, UmwG, art. 133 lid 3 laatste volzin.
Maier-Reimer/Seulen in Semler/Stengel 2012, § 133, Rdnr. 7; Wardenbach in Henssler/ Strohn 2014, UmwG § 133, Rdnr. 2.
HGB, art. 128 en art. 171. PartGG, art. 8 lid 1. Maier-Reimer/Seulen in Semler/Stengel 2012, § 133, Rdnr. 5.
Wardenbach in Henssler/Strohn 2014, UmwG §133, Rdnr. 9. In dezelfde zin: Maier-Reimer/ Seulen in Semler/Stengel 2012, § 133, Rdnr. 44.
Ook Duitsland kent bij juridische splitsing het fenomeen van de kruisaansprakelijkheid. De bij een splitsing betrokken rechtsdragers zijn aansprakelijk voor de schulden van de splitsende rechtsdrager die voorafgaand aan de splitsing begründet zijn.1 De rechtsdrager waaraan een verbintenis van de splitsende rechtsdrager niet is toegewezen, is medeaansprakelijk. Volgens de wettekst is deze medeaansprakelijke partij naast de verkrijgende rechtsdrager hoofdelijk aansprakelijkheid, maar volgens de heersende leer heeft zijn verbondenheid niettemin een accessoir karakter.2 De medeaansprakelijkheid is niet subsidiair.3 Deze kruisaansprakelijkheid is beperkt tot vijf jaar na inschrijving van de splitsing in het handelsregister.4 Dit laatste is in de Zesde Richtlijn niet voorzien. Volgens de heersende leer in Duitsland is het toch richtlijnconform, op grond dat de richtlijn er ook niet aan in de weg staat.5 Rust de kruisaansprakelijkheid op een personenvennootschap, dan zijn ook de gewone vennoten verbonden, op grond van de normale regels van vennotenaansprakelijkheid.6
Bij de kruisaansprakelijkheid wordt geen onderscheid gemaakt tussen ondeelbare en deelbare verbintenissen. Het gaat steeds om aansprakelijkheid voor het geheel.7 In hoeverre de medeaansprakelijkheid ook geldt voor verplichtingen anders dan in geld die niet vatbaar zijn voor nakoming door de medeaansprakelijke rechtsdrager, is niet uitgekristalliseerd. Volgens Wardenbach dient men het doel van de kruisaansprakelijkheid voor ogen te houden. Dit doel is om te zorgen dat het voor de schuldeiser aanspreekbare vermogen bij de splitsing gelijk blijft, niet om de aanspraken van de schuldeiser te vermenigvuldigen of te verbeteren. Vanuit deze gedachte is Wardenbach van oordeel dat een verkrijgende rechtsdrager niet gehouden kan worden tot nakoming van een hoogstpersoonlijke verplichting die bij de splitsende rechtsdrager achterblijft. Wel kan hij als Einstandspflichtige worden aangemerkt, waardoor hij aansprakelijk wordt voor eventuele vervangende schadevergoeding bij wanprestatie.8