RFR 2026/34
Erkenning en tenuitvoerlegging. Caribische zaak. Klachten in principale en incidentele beroep over toepassing van Gazprombank-criteria (ECLI:NL:HR:2014:2838).
HR 19-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1963
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
25/00061
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD51698:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1963, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1014, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑01‑2025
- Wetingang
Art. 431 lid 1 en 2 Rv Curaçao (hierna RvC); art. 3 sub a onder v Verordening Brussel II bis; art. 5, 6, 8 lid 2 Verordening Huwelijksvermogensstelsels, art. 9 aanhef en sub a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Essentie
IPR.
Heeft het hof terecht geoordeeld dat de bevoegdheid van de Engelse rechter berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is? Heeft de man de rechtsmacht van de Engelse rechter in de huwelijksvermogensrechtelijke zaak stilzwijgend aanvaard?
Samenvatting
Partijen zijn in 1969 gehuwd in Japan en hebben achtereenvolgens in Koeweit (tot 1987), het Verenigd Koninkrijk (tot 1994) en Portugal gewoond. De vrouw heeft de Japanse en Portugese nationaliteit, de man de Iraakse, Portugese en Britse. In oktober 2014 zijn partijen uit elkaar gegaan. De vrouw verhuisde naar het Verenigd Koninkrijk, de man bleef in Portugal en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.