RAR 2026/62
Billijke vergoeding. Moet bij de berekening van de billijke vergoeding als bedoeld in art. 7:671b lid 9, onder c, BW rekening worden gehouden met aanspraken uit hoofde van de WW?
HR 06-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:193
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 februari 2026
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00576
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- JCDI
JCDI:BSD100325:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:193, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑02‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1019, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑12‑2024
- Wetingang
Art. 7:671b lid 9 onder c BW
Essentie
Billijke vergoeding.
Moet bij de berekening van de billijke vergoeding als bedoeld in art. 7:671b lid 9, onder c, BW rekening worden gehouden met aanspraken uit hoofde van de WW?
Samenvatting
De arbeidsovereenkomst met werknemer, klinisch chemicus, is ontbonden door de kantonrechter wegens een verstoorde verhouding met toekenning van een billijke vergoeding van€443.916 op de grond dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Werkgever is in hoger beroep gegaan. Het hof heeft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst bekrachtigd maar werknemer een billijke vergoeding van € 170.000 toegekend, gebaseerd op het uitgangspunt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.