Prg. 2020/111
Volgens werkgever is de i-grond aan de orde, omdat de arbeidsverhouding te veel is verstoord, omdat verbetering in het functioneren te weinig kansen heeft. De kantonrechter acht deze onderbouwing onvoldoende.
Rb. Midden-Nederland 27-03-2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:1221, m.nt. mr. dr. J.J.M. de Laat
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
27 maart 2020
- Magistraten
Mr. P. Krepel
- Zaaknummer
8301792
- Noot
mr. dr. J.J.M. de Laat
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS199610:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2020:1221, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 27‑03‑2020
- Wetingang
Art. 7:669 lid 3 onder i BW
Essentie
Arbeidsrecht. Ontbindingsverzoek niet toewijsbaar op d- en g-grond. Is i-grond aan de orde, nu werkgever stelt dat de arbeidsverhouding te veel is verstoord, omdat verbetering van het functioneren weinig kansen heeft?
Nee. Onvoldoende onderbouwing. Toewijzing op grond van deze redenering zou erop neerkomen dat de waarborgen die gelden voor de d-grond aan werknemer worden onthouden.
Samenvatting
Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidovereenkomst op grond van disfunctioneren (d-grond) en een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Subsidiair wordt ontbinding verzocht op grond van disfunctioneren in combinatie met een verstoorde arbeidsverhouding (i-grond).
Volgens de kantonrechter heeft werkgever onvoldoende concrete feiten gesteld, waaruit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.