Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/8.4.4.1
8.4.4.1 Inleiding
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655667:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hierna zal ik simpelweg refereren aan ‘het tijdstip waarop de litigieuze mededeling werd gedaan’ en zal ik daar niet steeds aan toevoegen ‘c.q. het tijdstip waarop de litigieuze informatie werd achtergehouden’.
Zie over forward casting in het algemeen Ferrell & Saha 2012, p. 378-381; Ferrell & Saha 2007, p. 185-186; Bruegger & Dunbar 2009, p. 31-45. Zie over forward casting in de Nederlandse literatuur De Jong 2010, p. 250-251.
Terzijde merk ik nog op dat ook voor deze paragraaf geldt dat de titel niet in alle misleidingsgevallen volledig de lading dekt. Ik verwijs naar mijn slotopmerking in § 8.4.3.1 en mijn slotopmerking in § 8.4.2.4 sub f.
Bruegger & Dunbar 2009, p. 38-41 gaan in het kader van de forward casting-methode uit van de constant dollar method. Ferrell & Saha 2012, p. 378-381 lijken in het kader van de forward casting-methode uit te gaan van constant percentage method, maar zij expliciteren dat niet.
Een alternatieve methode om de hypothetische koerslijn te bepalen is zoals ik al opmerkte de methode van forward casting. Deze methode houdt kort gezegd in dat eerst de koersinflatie wordt geschat op het moment waarop de misleidende mededeling (voor de eerste keer) werd gedaan (c.q. het moment waarop de litigieuze informatie (voor de eerste keer) werd achtergehouden) en dat vervolgens het hypothetische koersverloop wordt geconstrueerd door vanaf het laatstgenoemde tijdstip vooruit te werken in de tijd, uitgaande van het bedrag van de geschatte koersinflatie op het moment waarop de misleiding begon.1 In tegenstelling tot de back casting-methode wordt bij forward casting als anker voor de (re)constructie van de hypothetische koerslijn dus niet gekozen voor het bedrag van de geschatte koersinflatie op het moment waarop de misleiding bekend werd, maar wordt – in plaats daarvan – gekozen voor het bedrag van de geschatte koersinflatie op het moment waarop de misleidende mededeling (voor de eerste keer) werd gedaan.2 Het is deze forward casting-methode die in het hiernavolgende centraal staat.
De verdere opbouw van deze paragraaf is als volgt. In § 8.4.4.2 leg ik eerst uit hoe forward casting werkt in de situatie waarin de misleiding bestaat uit (het doen van) één enkele misleidende mededeling (c.q. het eenmalig achterhouden van relevante informatie) en in dat verband zal onder meer worden besproken hoe met behulp van een earnings response coefficient (‘ERC’) de koersinflatie kan worden geschat op het moment waarop de misleidende mededeling werd gepubliceerd. Daarna bespreek ik in § 8.4.4.3 hoe aan de hand van forward casting de hypothetische koerslijn kan worden geconstrueerd wanneer de misleiding bestaat uit verschillende opeenvolgende misleidende mededelingen. Een complicatie die zich in dat geval voordoet, is dat in de analyse moet worden verdisconteerd dat de toekomstverwachtingen van de markt ten aanzien van (de koers van) het litigieuze aandeel zich anders zouden hebben ontwikkeld (ten opzichte van hoe de verwachtingen zich thans hebben ontwikkeld), als van meet af aan – in plaats van misleidende – juiste en volledige informatie zou zijn gepubliceerd. Op welke wijze met de hier besproken complicatie in de praktijk moet worden omgegaan, komt aan bod in § 8.4.4.3 en in dat verband bespreek ik onder meer hoe met behulp van de zogenoemde ‘analyst forecast revision coefficient’ (‘AFRC’) de ontwikkeling van de marktverwachtingen in de hypothetische situatie zonder misleiding kan worden geconstrueerd. Tot slot ga ik in § 8.4.4.4 in op de voor- en nadelen van de forward casting-methode ten opzichte van de back casting-methode.
Ik heb nog twee opmerkingen vooraf.3 In de eerste plaats merk ik op dat ik in deze paragraaf aanneem dat (ten processe vaststaat dat) de misleidende informatie de koers daadwerkelijk heeft beïnvloed. Er wordt met andere woorden van uitgegaan dat de misleidende informatie daadwerkelijk tot koersinflatie heeft geleid. In de tweede plaats wijs ik erop dat wanneer vanuit het bedrag van de geschatte koersinflatie op het moment waarop de misleiding begon het verloop van de hypothetische koerslijn moet worden geconstrueerd, bij forward casting gebruik kan worden gemaakt van dezelfde technieken als (plegen te) worden gebruikt bij back casting.4 De drie technieken die men in de praktijk het meest tegenkomt, zijn zoals al opgemerkt: i) de constant dollar method, (ii) de constant percentage method en (iii) de index method. Aangezien deze technieken in § 8.4.3.2 reeds zijn behandeld, laat ik ze hier onbesproken.