Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.5.3.1:6.5.3.1 Schuldbeitritt en regres
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.5.3.1
6.5.3.1 Schuldbeitritt en regres
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS585088:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de bijgetreden schuldenaar of de hoofdschuldenaar presteert aan de schuldeiser, dan krijgt de presterende hoofdelijk schuldenaar een regresvordering op zijn medeschuldenaren. Deze regresvordering kan voortvloeien uit de aan de Schuldbeitritt ten grondslag liggende rechtsverhouding. Uit deze rechtsverhouding blijkt de reden waarom de bijgetreden schuldenaar zich naast de hoofdschuldenaar heeft verplicht. Dergelijke rechtsverhoudingen kunnen voortkomen uit een Geschäftsbesorgungsvertrag (§ 675 BGB), een Sicherungsauftrag (§ 662 BGB), een Schenkung (§ 516 BGB) of een Geschäftsführung ohne Auftrag (§§ 677 e.v. BGB). Uit een Sicherungsauftrag, een entgeltlichen Geschäftsbesorgung of een berechtigten Geschäftsführung ohne Auftrag, volgen wettelijke regresaanspraken ten behoeve van de presterende bijgetreden schuldenaar (§ 670 BGB). Met uitzondering van een rechtsrelatie die beheerst wordt door een schenkingsovereenkomst, kunnen partijen interne aansprakelijkheid contractueel overeenkomen.
Bij gebrek aan een concrete lastenverdeling wordt deze vermoed op grond van de interne rechtsverhouding.1 Afhankelijk van mogelijke partijafspraken kan de interne aansprakelijkheid van een medeschuldenaar variëren tussen de 0% en de 100%. Zo wordt bij een Übernahmeschuldbeitritts aangenomen dat de interne draagplicht volledig bij de bijgetreden schuldenaar ligt. Afwijking van deze regel moet worden gesteld en bewezen door de schuldenaar die een andere draagplichtverdeling voorstaat.
Er ontstaat een andere situatie in het geval van een ‘klassieke’ Schuldbeitritt die alleen als zekerheid is bedoeld.2 Zonder afspraken over de interne draagplicht, is de hoofdschuldenaar volledig aansprakelijk in de interne verhouding tussen de schuldenaren. De bijgetreden schuldenaar kan bij prestatie aan de schuldeiser, voor het volledige bedrag regres nemen op de eerste schuldenaar. Deze regresvordering kan zijn grondslag hebben in hun onderlinge rechtsverhouding, maar komt de bijgetreden schuldenaar in ieder geval toe op grond van § 426(1) BGB. Daarnaast gaat ter versterking van het regres, de vordering van de schuldeiser inclusief de daarbij behorende nevenrechten3 over op de presterende schuldenaar.4 Wanneer de hoofdschulde naar betalingsonmachtig is, kan de presterende bijgetreden schuldenaar de schuld omslaan naar eventuele andere bijgetreden schuldenaren.5
Hiermee is er een verschil in het bepalen van de interne draagplicht bij een regresvordering jegens de hoofdschuldenaar voortvloeiend uit borgtocht of uit Schuldbeitritt. In het laatste geval moet de volledige interne draagplicht van de schuldenaar ten behoeve van wie het krediet is afgesloten, voortvloeien uit de partijafspraken. Anders gesteld: de presterende bijgetreden schuldenaar dient dit aan te tonen. Dit in tegenstelling tot de borgtocht, waar de volledige interne draagplicht van de hoofdschuldenaar volgt uit deze rechtsfiguur. Uitzondering op deze regel bij borgtocht is de regresaansprakelijkheid tussen medeborgen.6