Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.2.2.2
5.2.2.2 De voornaamste redenen voor de invoering van de trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717510:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Nederlandse plannen voor invoering van een trustfiguur (memo van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving van de sector Privaatrecht van 14 januari 2011), Den Haag: MVJ 2011, p. 2-3; D.J. Hayton, ‘Trusts’, in: D.J. Hayton e.a. (red.), Vertrouwd met de trust. Trust and trust-like arrangements (serie ondernemingen en recht), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 63-64; D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 106-107; J.W.A.B. Biemans, ‘Tijd voor de trust’, NTBR 2011/71, par. 3.
R.D. Vriesendorp, ‘Het Nederlandse goederenrecht en het Haagse Trustverdrag’, in: C.D. van Boeschoten & R.D. Vriesendorp, Het Haagse Trustverdrag in Nederlands perspectief/Het Nederlandse goederenrecht en het Haagse Trustverdrag (Preadvies uitgebracht voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht 1994), Lelystad: Koninklijke Vermande 1994, p. 54-56; D.J. Hayton, ‘Trusts’, in: D.J. Hayton e.a. (red.), Vertrouwd met de trust. Trust and trust-like arrangements (serie ondernemingen en recht), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 64; M.E. Koppenol-Laforce, Het Haagse Trustverdrag (diss. Rotterdam), Deventer: Kluwer 1997, p. 150-151; D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 103-106; J.W.A.B. Biemans, ‘Tijd voor de trust’, NTBR 2011/71, par. 3; R. Wibier, ‘Can a modern legal system do without the trust?’ in: L. Smith (red.), The Worlds of the trust, Cambridge: Cambridge University Press 2013, p. 84-86. Zie ook: M.E. Koppenol-Laforce, Het Haagse Trustverdrag (diss. Rotterdam), Deventer: Kluwer 1997, p. 261-262; S.C.J.J. Kortmann, ‘Past “de trust” in het Nederlandse recht?’, in: D.J. Hayton e.a. (red.), Vertrouwd met de trust. Trust and trust-like arrangements (serie ondernemingen en recht), Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 192. Vgl. ook: D.J. Hayton, ‘Developing the use of trusts in the Netherlands’, WPNR 1997/6281, p. 542-545.
D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 109-138; J.W.A.B. Biemans, ‘Tijd voor de trust’, NTBR 2011/71, par. 3; R. Wibier, ‘Can a modern legal system do without the trust?’ in: L. Smith (red.), The Worlds of the trust, Cambridge: Cambridge University Press 2013, p. 72-77 en p. 85-86. Zie ook: C.D. van Boeschoten, ‘Het Haagse Trustverdrag in Nederlands perspectief’, in: C.D. van Boeschoten & R.D. Vriesendorp, Het Haagse Trustverdrag in Nederlands perspectief/Het Nederlandse goederenrecht en het Haagse Trustverdrag (Preadvies uitgebracht voor de Vereniging voor Burgerlijk Recht 1994), Lelystad: Koninklijke Vermande 1994, p. 41 die het volgende opmerkt: “Ik zou menen dat wij beter doen de zaak niet te forceren en niet te pogen figuren van Nederlands recht als trusts voor te stellen waar zij hoogstens sommige functies van de Anglo-Amerikaanse trust vervullen.”.
D.W. Aertsen, De trust. Beschouwingen over invoering van de trust in het Nederlandse recht (diss. Nijmegen), Deventer: Kluwer 2004, p. 108-109; J.W.A.B. Biemans, ‘Tijd voor de trust’, NTBR 2011/71, par. 3.
Ten eerste wordt als argument gegeven dat de dominerende rol van het Anglo-Amerikaanse recht in financiële en commerciële transacties en de globalisering van de economie, tot gevolg hebben dat de concurrentiepositie van Nederland op internationaal niveau verslechtert vanwege het ontbreken van een intern trustrecht.1 Enkel door een eigen trustwetgeving in te voeren kan Nederland zich goed op de internationale markt profileren.
Ten tweede wordt betoogd dat de afwezigheid van een Nederlandse trustwetgeving bij de erkenning van trusts krachtens het HTV een ongelijkheid tot stand brengt tussen buitenlandse trusts die nauwer verbonden zijn met een trustland en trusts die nauwer zijn verbonden met Nederland. Wanneer een Nederlandse natuurlijke persoon of rechtspersoon een buitenlandse trust instelt met betrekking tot Nederlandse goederen, loopt hij het risico dat deze trust – in tegenstelling tot buitenlandse trusts die nauwer verbonden zijn met een trustland – niet door het HTV wordt erkend. Dit heeft tot consequentie dat Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen in hun juridische mogelijkheden worden beperkt.2
Ten derde wordt bepleit dat de Nederlandse rechtsfiguren niet in alle gevallen als alternatief voor de trust kunnen fungeren.3 De trust kan als rechtsfiguur in uiteenlopende situaties worden gebruikt en het Nederlandse recht kent geen vergelijkbare rechtsfiguur die alle kenmerken van de trust omvat.
Ten slotte wordt beargumenteerd dat, gelet op het feit dat steeds meer EU-landen tot de invoering van een trust overgaan, Nederland een eigen trustwetgeving dient in te voeren, teneinde de harmonisatie van het privaatrecht op Europees niveau te vergemakkelijken.4