Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.2.2:17.2.2 Een uniforme regeling inzake uitkeringen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.2.2
17.2.2 Een uniforme regeling inzake uitkeringen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404679:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De crux van de crediteurenbescherming is gelegen in het nieuwe art. 2:216 BW inzake uitkeringen aan aandeelhouders. Sinds de flexibilisering van het BV-recht geldt een uniforme regeling voor alle formele vormen van uitkering aan aandeelhouders. De uitkering van dividend, de inkoop van eigen aandelen anders dan om niet en de terugbetaling op aandelen in het kader van een kapitaalvermindering, moeten aan dezelfde materiële vereisten voldoen. Kort gezegd komen deze erop neer dat uitkeringen zijn toegestaan voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijke en statutaire reserves – mits er verplichte reserves zijn – en de vennootschap na de uitkering kan voortgaan met betaling van haar opeisbare schulden. Uitkeringen in strijd met laatstgenoemd vereiste kunnen aanleiding geven tot aansprakelijkheid van bestuurders niet te goeder trouw en tot een terugbetalingsverplichting voor aandeelhouders niet te goeder trouw. Hierna wordt dieper ingegaan op de vennootschapsrechtelijke grenzen aan uitkeringen aan de hand van de in art. 2:216 BW vervatte dividendregeling.