Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.2.3
17.2.3 Besluitvorming inzake uitkeringen
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404683:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
In het eerste geval dient de gehele winst te worden uitgekeerd na de vaststelling van de jaarrekening waaruit die winst blijkt. Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening wordt dan beschouwd als het (AV-)besluit tot uitkering (Kamerstukken I 2011/12, 31 058, nr. E, p. 14). In beide gevallen geldt onverminderd het vereiste dat het bestuur de uitkering dient goed te keuren (zie hierna).
Kamerstukken II 2006/07, 31058, nr. 3, p. 69.
Het bestuur kan een uitkering ook aan nadere voorwaarden onderwerpen, zie Kamerstukken II 2006/ 07, 31058, nr. 3, p. 70.
Kamerstukken II 2008/09, 31 058, nr. 6, p. 50.
Kamerstukken I 2011-12, 31 058, nr. E, p. 11.
Kamerstukken I 2011-12, 31 058, nr. C, p. 12. Niettemin verdient het mijns inziens vanuit het perspectief van goed ondernemingsbestuur aanbeveling dat het bestuur zijn bezwaren tegen een voorgenomen uitkering (zo mogelijk al voorafgaande aan of op de AV waarin over het dividend zal worden besloten), kenbaar maakt en onderbouwt. Vgl. Dortmond 2012, p. 460-462. Ook als het bestuur de uitkering goedkeurt zal een expliciet en gedocumenteerd besluit soms verstandig zijn, met oog op eventuele aansprakelijkheidsrisico’s.
Kamerstukken I 2011-12, 31 058, nr. E, p. 11.
Ingevolge art. 2:216 lid 1 BW is de Algemene Vergadering (AV) bevoegd tot bestemming van de winst die door de vaststelling van de jaarrekening is bepaald en tot de vaststelling van uitkeringen. Beide bevoegdheden kunnen statutair worden beperkt of worden toegekend aan een ander orgaan. De statuten kunnen tevens bepalen dat de winst rechtstreeks – dus zonder dat daarvoor een AV-besluit nodig is – ten goede komt aan de aandeelhouders of dat een deel van de winst toekomt aan bepaalde personen met een statutair winstrecht.1 Ook kan worden bepaald dat de winst onder bepaalde omstandigheden wordt gereserveerd.2 Sinds de invoering van de wet Flex-BV wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen uitkering van de jaarlijkse winst, uitkering uit reserves en interim-dividend. Al deze vormen van uitkering dienen aan dezelfde eisen te voldoen.
In art. 2:216 lid 2 BW is bepaald dat een besluit tot uitkering geen gevolgen heeft zolang het bestuur daaraan geen goedkeuring heeft verleend.3 Sinds de herziening van 2012 beschikt het bestuur ten aanzien van uitkeringen over een vetorecht in de besluitvormingsfase. Het dient zijn goedkeuring te onthouden indien het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap daarna niet zal kunnen voortgaan met de betaling van haar opeisbare schulden. De goedkeuring of de weigering van een uitkering moet geschieden bij bestuursbesluit, zij het dat dit besluit door een eenhoofdig bestuur ook impliciet mag worden genomen.4 Zo kan het goedkeuringsbesluit er bijvoorbeeld in bestaan dat het bestuur overgaat tot betaalbaarstelling van het dividend waartoe de AV heeft besloten.5 Ook het besluit om goedkeuring te onthouden mag impliciet worden genomen, bijvoorbeeld door het dividend niet betaalbaar te stellen.6 Indien het bestuur uit meerdere personen bestaat, zal het besluit niet zomaar kunnen worden afgeleid uit een handeling van een van de bestuurders en zal de goedkeuring moeten plaatsvinden met betrokkenheid van alle bestuurders.7