Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.5.3.1
16.5.3.1 Inleiding
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS411954:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/34.
AG Mancirri voor HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360, Jur. 1988, p. 3798 sub 2.
Hof van Justitie 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654, r.o. 10-11.
Rapport Jenard, PbEG p. C 59/35; HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208, r.o. 20; HvJ EG 17 mei 1994, zaak C-294/92, Webb/Webb, Jur. 1994, p. 1-1717, NJ 1994, 648, r.o. 17; HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. I8667, NJ 2006, 285, r.o. 16; vergelijk ook HvJ EG 9 juni 1994, zaak C-292/93, Lieber/Gael, Jur. 1994, p.1-2535, NJ 1994, 649 waarin de Duitse rechter een deskundigenbericht had laten uitbrengen door een Franse expert. Het is derhalve in iedere geval voor deskundigenberichten niet steeds noodzakelijk dat de rechter ter plaatse zetelt.
HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 16.
Rapport Jenard, PbEG, p. C 59/35; AG Mancini voor HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/ Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360, Jur. 1988, p. 3799.
AG Mancini voor HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360, p. 3799; Huet, Clunet 1986, p. 440; HvJ EG 10 januari 1990, zaak C-115/88, Reichert I, Jur. 1990, p. 1-27, r.o. 13.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654 r.o. 13.
HvJ EG 10 januari 1990, zaak C-115/88, Reichert I, Jur. 1990, p. 1-27, NJ 1991, 572, r.o. 10.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Reisler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208, r.o. 20.
HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360, r.o. 10.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238, r.o. 9.
HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/G5tz, Jur. 2000, p. 1-393, NJ 2002, 445, r.o. 27.
HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p. 1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 16.
HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-8/98, Dansommer/G5tz, Jur. 2000, p.1-393, NJ 2002, 445, r.o. 27; herhaald in HvJ EG 13 oktober 2005, zaak C-73/04, Klein/Rhodos Management, Jur. 2005, p.1-8667, NJ 2006, 285, r.o. 16.
Voor een voorbeeld van een uitzondering: HvJ EG 17 mei 1994, zaak C-294/92, Webb/Webb, Jur. 1994, p. 1-1717, NJ 1994, 648.
Vlas, Rechtsvordering, Verdragen & Verordeningen, suppl. 304 (juli 2006), p. A-a - 380-384; Vlas, Hypotheken, p. 242.
HvJ EG 14 december 1977, zaak 73/77, Sanders/Van der Putte, Jur. 1977, p. 2383, NJ 1978, 654 r.o. 13 en 14.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Reisler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208, r.o 19.
HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360, r.o. 9.
HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238, r.o. 8.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Reisler/Rottwinkel, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208, r.o 19; HvJ EG 6 juli 1988, zaak 158/87, Scherrens/Maenhout, Jur. 1988, p. 3791, NJ 1989, 360, r.o. 9; HvJ EG 26 februari 1992, zaak C-280/90, Hacker/Euro-Relais, Jur. 1992, p. I-1111, NJ 1994, 238, r.o. 8; HvJ EG 9 juni 1994, zaak C-292193, Lieber/G5bel, Jur. 1994, p 1-2535, r.o. 20; mogelijk ontleend aan het Rapport Jenard, PbEG p. C 59/35.
HvJ EG 15 januari 1985, zaak 241/83, Jur. 1985, p. 99, NJ 1986, 208, r.o 19.
In de verhouding tussen de art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag en 23 EEX-V°/17 Verdrag dient onderscheid te worden gemaakt tussen de zakelijke rechten enerzijds en huur- en pachtovereenkomsten anderzijds. In verhouding tot forumkeuze is met name deze laatste categorie belangrijk, omdat het gaat om overeenkomsten. In overeenkomsten doet zich eerder de mogelijkheid van forumkeuze voor dan daarbuiten. Daardoor ontstaat een ander conflict dan bij de andere categorieën van Afdeling 6 respectievelijk 5. Voor toepassing van art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag dienen derhalve steeds 2 mogelijkheden te worden onderzocht:
Is sprake van een geschil over een zakelijk recht op een onroerend goed? of
Betreft het geschil huur of verhuur, pacht of verpachting van een onroerend goed, niet zijnde vakantiehuur?
Deze vragen moeten worden beantwoord aan de hand van de strekking van art. 22 sub 1 EEX-V°/16 sub 1 Verdrag. Dit forum voor geschillen over eigendom en zakelijke rechten is als het 'forum rei sitae' reeds lang bekend in het bevoegdheidsrecht van de EG- c.q. verdragsluitende staten.1 Het gaat derhalve om een soort `universele' bepaling in het internationaal privaatrecht.2 De opstellers van het EEX achten de rechter van art. 16 sub 1 EEX de meest geschikte om over zulke geschillen te oordelen.3
De strekking is hoofdzakelijk gebaseerd op twee argumenten: een goede rechtspleging (`bonne administration de justice') en een goede inhoudelijke beoordeling van geschillen over zakelijke rechten en huur- en pachtovereenkomsten (` Gleichlauf). Het doel van de internationale bevoegdheid van de rechter van de plaats van het onroerend goed is een goede rechtspleging, omdat dit soort geschillen vaak onderzoek ter plaatse, kennisname van de feitelijke omstandigheden, getuigenverhoren en deskundigenberichten nodig maakt.4 Voorts kent de plaatselijke rechter beter lokale voorschriften, gewoonten en gebruiken.5 Bovendien zijn in sommige landen geschillen voorbehouden aan gespecialiseerde rechters.6 In Nederland zijn pachtzaken bijv. voorbehouden aan de pachtkamers. Een laatste reden is de tenuitvoerlegging van een vonnis ter plaatse. Dient een vonnis in het land van het onroerend goed te worden geëxecuteerd, dan kan reeds beter in dat land worden geprocedeerd.7 In de arresten SandersNan der Putte,8 Reichert 1,9 Rësler/Rottwinkel,10 Scherrens/Maenhout,11 Hacker/Euro-Relais,12 Dansommer/Gëtz13 en Klein/Rhodos Management14 legt het Hof van Justitie nadruk op de problemen van feitelijke aard die veelal een rol spelen. Dit acht het Hof van Justitie voor huur en pacht de belangrijkste reden in het arrest Dansommer/Gëtz.15 Het forum rei sitae leidt bovendien tot `Gleichlauf tussen het toepasselijke recht en de bevoegde rechter. Geschillen over zakelijke rechten op onroerende goederen zullen immers bijna steeds16 onderworpen zijn aan het recht van de staat waar het onroerend goed is gelegen, zijnde de lex rei sitae.17 De Gleichlauf heeft het Hof van Justitie uitdrukkelijk als reden genoemd in de arresten SandersNan der Putte,18 Rosler/Rottwinkel,19 Scherrens/Maenhout20 en Hacker/Euro-Relais.21 Voorts speelt voor huur- en pachtovereenkomsten de voornaamste rol dat deze overeenkomsten zijn onderworpen aan bijzondere, dwingende regels van complexe aard.22Art. 22 EEX-V°/16 Verdrag zorgt ervoor dat de nauwe band intact blijft tussen het forum en de wettelijke regeling over huur en pacht.23
Ik zal in de volgende paragraaf eerst de geschillen over zakelijke rechten bespreken en daarna in par. 16.5.3.3 de huur en pacht van onroerende goederen.