Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/7.1.3:7.1.3 Conclusie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/7.1.3
7.1.3 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS302240:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
233
Binding aan de rechtsstrijd komt voort uit de gedachte dat partijen worden geschaad in hun verdedigingsrecht als zij niet precies weten waartegen zij zich dienen te verweren. Dat verdedigingsbelang kan ook worden behartigd zonder dat de rechter strikt wordt gebonden aan het door partijen geschapen kader. In Frankrijk kan de rechter gebruikmaken van alle zich in het dossier bevindende feiten en niet slechts van de door partijen aan hun vordering of verweer ten grondslag gelegde stellingen. Dat hoeft ook helemaal niet in strijd met het verdedigingsbeginsel te zijn, mits partijen maar voldoende gelegenheid krijgen om te debatteren over de feiten die de rechter wil gebruiken voor zijn eindbeslissing.
Het gebruik van gegevens uit het dossier die door partijen niet aan hun vordering ten grondslag zijn gelegd, lijkt zich slecht te verdragen met het beginsel van partijautonomie. Toch hoeft dat beginsel zich daar niet tegen te verzetten. Wanneer de rechter deze gegevens zou gebruiken zonder dat een van de partijen dit wil, dan schendt hij het beginsel van partijautonomie. Maar het enkele opwerpen van niet naar voren gebrachte, zich in het dossier bevindende informatie is volgens mij niet strijdig met het beginsel van partijautonomie, zolang de rechter zich maar schikt naar de wens van partijen. Willen zij het debat daarover niet voeren, dan dient hij het te laten rusten.