BNB 2019/178
Wet WOZ; afweging van belangen bij de beoordeling of een partij gelegenheid krijgt bewijs te leveren van een eerder ingenomen stelling
HR 11-10-2019, ECLI:NL:HR:2019:1573
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 oktober 2019
- Magistraten
Mrs. De Groot, Overgaauw, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
19/00230
- Conclusie
A-G IJzerman
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1573, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑10‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑10‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:795, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑07‑2019
- Wetingang
Procesorde; art. 17 lid 2 Wet WOZ
Essentie
Wet WOZ; afweging van belangen bij de beoordeling of een partij gelegenheid krijgt bewijs te leveren van een eerder ingenomen stelling
Samenvatting
Voortzetting zaak HR, BNB 2017/201.
De Heffingsambtenaar heeft de waarden van aan belanghebbende toebehorende onroerende zaken voor het kalenderjaar 2015 vastgesteld. Begin november 2015 zijn de onroerende zaken verkocht. In HR, BNB 2017/201 is geoordeeld dat het verzoek van belanghebbende om na de zitting nog bewijs te mogen leveren van stellingen over de waardeontwikkeling tussen de waardepeildatum en 3 november 2015, had moeten leiden tot een afweging tussen enerzijds ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.