Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/6.4:6.4 Verhaal door schuldeisers op het vermogen of het economisch belang bij het vermogen
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/6.4
6.4 Verhaal door schuldeisers op het vermogen of het economisch belang bij het vermogen
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958049:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als wordt gekeken naar de mogelijkheden voor schuldeisers om zich op het gecertificeerde goed te verhalen, dan leidt het soort goed dat gecertificeerd wordt op meerdere vlakken tot verschillende uitkomsten. Allereerst speelt één van de algemene verschillen dat voor onroerend goed en kunst vermogen nodig zal zijn om het goed te kunnen onderhouden. Daar wordt in paragraaf 6.4.1 op ingegaan. Daarnaast is de bescherming die art. 2:359 BW aan certificaathouders biedt niet van toepassing op alle certificaathouders. Dit hangt af van het goed dat gecertificeerd is. Hierover gaat paragraaf 6.4.2. Tot slot is de relatie tussen de wijze van beslaglegging en het soort goed dat gecertificeerd is interessant. Daarover handelt paragraaf 6.4.3.
6.4.1 Vermogen dat nodig is voor onderhoud van het gecertificeerde goed6.4.2 Bescherming van art. 3:259 BW6.4.3 Verhaal uitoefenen op het gecertificeerde vermogen6.4.4 Conclusie verhaal door schuldeisers op het vermogen of het economisch belang bij het goed