Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/6.6.4.2
6.6.4.2 Open over risico’s
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480864:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Commissie Sorgdrager 2005, p. 11.
Commissie Veerman 2009, p. 27.
Rapport van de Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 53-54.
Gemeentelijke Ombudsman 2008; Gemeentelijke Ombudsman 6 maart 2009.
Herikhuisen 2015, p. 57-58, 104.
Wiebes 2014; Samenwerking met bedrijfsleven 2010; Tegemoetkomingsregelingen ondernemers 2010.
Sheerazi 2012.
Overzicht communicatie met Raadscommissie en omgeving 2010; Tweezijdig boren Noord/Zuidlijn 2010.
Detmar & Sheerazi 2009, p. 6.
Stichting Gijzelgracht 2009, p. 14.
Van Bers 2018.
Baetens 2012, p. 18; Interviews betrokkenen 2019.
Nekbrekers 2019, p. 37.
Verslag 138 BCU Vijzelgracht 2012; ‘Vijzelgracht blijkt praktijklab omgevingsmanagement’, De Verdieping, COB december 2012.
Dijk, Het Parool 20 juli 2018.
Interviews betrokkenen 2019.
Nekbrekers 2019, p. 28.
Gemeenteblad 2011, afd. 1, nr. 541.
De gemeente is meermaals op de vingers getikt rond haar gebrek aan transparantie over risico’s bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn. Zo beschreef de Commissie Sorgdrager dat het risicomanagement nog onvoldoende ontwikkeld was.1 De Commissie Veerman beval aan dat men beter communiceerde over risico’s: ‘hantering van volstrekte openhartigheid, eerlijkheid en directheid’ ‘over verwachte, niet-gerealiseerde en welgerealiseerde risico’s’; ‘Het risicobeeld kan realistischer’.2 Ook de enquêtecommissie oordeelde dat de risico’s vanaf de start van het project Noord/Zuidlijn onvoldoende in beeld waren geweest.3 De risico’s rond de verzakkingen waren hier het meest sprekende voorbeeld van: volgens de Gemeentelijke Ombudsman had de gemeente zich onbehoorlijk gedragen jegens de bewoners van de verzakte panden aan de Vijzelgracht.4 Omwonenden kregen bovendien niet altijd juiste informatie over bouwwerkzaamheden of afspraken met aannemer of gemeente.5
De herbezinning vanaf 2009 richtte zich expliciet op transparantie.6 Vrijwel direct na het advies van de Commissie Veerman kwam de projectorganisatie met een ‘top 15 risico’s’.7 Om het vertrouwen van de Amsterdammers te herwinnen werd gecommuniceerd via bewoners- en ondernemersbijeenkomsten, mediapresentaties en persbijeenkomsten.8 ‘De omgeving waardeert deze openheid, raakt niet in paniek en spreekt over het geleidelijk aan herwinnen van geloofwaardigheid van het project.’9 Ook de Stichting Gijzelgracht gaf aan liever over (angstaanjagende) risico’s geïnformeerd te worden, dan te moeten twijfelen of men wel juist werd voorgelicht.10 Voor Veerman was een van de lessen uit het project Noord/Zuidlijn: ‘Je moet als overheid waarmaken waarbij geldt; een woord is een woord. Je moet je beloftes nakomen en – mocht dit onverhoopt niet lukken – openheid van zaken geven en soms ook het boetekleed aantrekken.’11 Volgens veel betrokkenen leverde de openheid van de organisatie een belangrijke bijdrage aan het vertrouwensherstel.12 Zo verwees Algemeen Directeur Dijk naar een lekkage bij het Centraal Station, die gefilmd werd en online werd gezet. ‘Deze openheid bevorderde volgens mij het vertrouwen in de betrokken projectorganisatie bij alle betrokken belanghebbenden. In de veelal ‘gesloten’ bouwwereld was dit een opmerkelijke ontwikkeling.’13 Ook bij een incident aan de geplaagde Vijzelgracht in 2012 was de projectorganisatie open over wat was misgegaan en bood men via (sociale) media continu updates. De omgeving reageerde positief op deze houding.14 Voor Dijk was dit incident een voorbeeld van het gekantelde beeld op het project: ‘juist als het spannend wordt in het project’15 is openheid belangrijk.
Volgens betrokkenen kwam deze communicatiestrategie niet voort uit literatuur, maar uit gut feeling: de projectorganisatie had, mede door het advies van de commissie Veerman, het idee dat men niet langer gesloten kon functioneren.16 De openheid kon volgens Directeur Omgeving Detmar alleen tot stand worden gebracht als deze vanuit de hele organisatie werd gedragen: ‘Wij hebben de openheid en de transparantie die we naar buiten toe wilden betrachten, intern doorgevoerd. Als je de risico’s buiten wilt delen, moet je intern een cultuur creëren waarin het benoemen van risico’s als positief wordt ervaren in plaats van het zoveelste gezanik over iets wat nu toch echt afgehandeld is.’17
Mede naar aanleiding van de Noord/Zuidlijn is de gemeente met een herziene Regeling Risicovolle Projecten gekomen, waarin onder meer wordt vereist dat bij bepaalde door de gemeenteraad vastgestelde projecten tegenspraak van tevoren wordt georganiseerd en risico’s vooraf worden uiteengezet en gecommuniceerd.18 Op deze wijze probeerde men de opgedane kennis over de waarde van openheid te verankeren binnen de gemeente.