Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/21.1:21.1 Inleiding
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/21.1
21.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS300486:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
844. In dit hoofdstuk sta ik kort stil bij de conclusies die uit deel III van dit onderzoek getrokken kunnen worden en geef ik aan wat de implicaties daarvan zijn voor verder rechtswetenschappelijk onderzoek en de rechtspraktijk. Op welke punten kan het Nederlandse vermogensrecht worden verbeterd waar het gaat om aanspraken die samenhangen met subjectieve rechten? Ik begin met de conclusies van de voorgaande twee hoofdstukken, namelijk dat het niet nodig is om in het Nederlandse vermogensrecht nieuwe mechanismen in te voeren (paragraaf 21.2) en dat verschillende aanspraken om een verschillende aanpak vragen (paragraaf 21.3). Vervolgens bespreek ik enkele implicaties van dit onderzoek voor de wetgever (paragraaf 21.4), de wetenschap (paragraaf 21.5) en de praktijk (para graaf 21.6). De eindconclusie is dat het Nederlandse vermogensrecht genoeg ruimte laat om het aanvullen van subjectieve rechten goed te regelen; het is aan ieder van de genoemde partijen om dat ook daadwerkelijk te doen (paragraaf 21.7).