Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.5.2.4:14.5.2.4 Opsporingsonderzoek
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/14.5.2.4
14.5.2.4 Opsporingsonderzoek
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS499595:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2006, 285.
Luchtman 2007, onderdeel 8.
Zie art. 142 Sv en het besluit van 9 december 2010 (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst 2010), Stcrt. 2010, 8757.
In deze zin het (inmiddels vervallen) besluit van 23 mei 2006 (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD-ECD 2006), Stcrt. 2006, 102.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na de reorganisatie van de bijzondere opsporing en de totstandkoming van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten1, waarin het aantal bijzondere opsporingsdiensten tot vier is teruggebracht (onder meer om de transparantie op de bijzondere opsporing te vergroten), zijn toezicht en opsporing binnen de Belastingdienst meer dan voorheen gescheiden.2 Lang niet elke belastingambtenaar is opsporingsbevoegd. In art. 80, lid 1 AWR is vastgelegd dat naast de in art. 141 Sv genoemde algemene opsporingsambtenaren die bevoegd zijn om alle strafbare feiten op te sporen (vgl. politieagenten), in belastingzaken ook opsporingsbevoegdheid hebben de ambtenaren van de Belastingdienst die als BOA zijn beëdigd.3 Dit betreft de personen die bij de Belastingdienst werkzaam zijn in de functie van verbalisant of fraudecoördinator, en de leden van het managementteam, teamleiders en medewerkers opsporing in dienst van de Belastingdienst en werkzaam bij de FIOD.4
Vanwege het overleg tussen de ambtenaren van de Belastingdienst en het OM, de informatieuitwisseling en de aanmeldingsrichtlijnen, kan niet worden gezegd dat de ambtenaren van de Belastingdienst die niet als BOA zijn beëdigd, geen rol hebben in de repressieve handhaving van de belastingwet via het strafrecht.