Op zoek naar de heilige graal
Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.9.1:9.9.1 Aanbevelingen anbi-regeling
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/9.9.1
9.9.1 Aanbevelingen anbi-regeling
Documentgegevens:
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633664:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aangezien het verschil in fiscale behandeling zich voornamelijk toespitst op de rechtsvorm kerkgenootschap, waaraan de (fiscale) wetgever extra faciliteiten toekent of anderszins tegemoetkomt, richten mijn aanbevelingen voor de anbi-regeling zich vooral op de rechtsvorm. Gelet op de nevenschikking van religie en levensovertuiging in artikel 6 GW en artikel 9 EVRM en het huidige levensbeschouwelijk pluralisme in de Nederlandse samenleving pleit ik voor een rechtsvorm die rsl-gemeenschappen gelijke omvang van inrichtingsvrijheid en bescherming biedt. In feite komt mijn aanbeveling erop neer dat de wetgever de reeds bestaande rechtsvorm kerkgenootschap voor alle rsli’s openstelt. Een inclusieve benaming van deze rechtsvorm zou zijn religieus, spiritueel en levensbeschouwelijk instituut, afgekort als rsli. Een alternatief hiervoor zou zijn een verzamelbegrip als geestelijk genootschap of geestelijk instituut.
Omdat ik verwacht dat een aanpassing in het civiele recht veel tijd in beslag zal nemen en een aanpassing in de fiscale anbi-regelgeving sneller kan worden doorgevoerd om de ongerechtvaardigde ongelijkheid tussen kerkgenootschappen enerzijds en andere rsli’s en overige anbi’s anderzijds op te heffen, heb ik diverse aanbevelingen voor fiscale wet- en regelgeving en rechtspraak op het gebied van de anbi-regeling: gebruik van inclusievere termen, zoals religieuze instellingen in plaats van de term kerkelijke instellingen; uitbreiding beperkte publicatieplicht financiële gegevens tot alle rsli’s dan wel afschaffing van deze faciliteit voor kerkgenootschappen, de keuze hiertussen is aan de politiek; actief informeren van niet-traditionele rsli’s over convenanten en groepsbeschikkingen en uitbreiding van privacybescherming tot bestuurders van alle anbi’s die opereren op terreinen waaruit door het grondrecht op privacy beschermde bijzondere persoonsgegevens van hun bestuurders zijn af te leiden.
In de literatuur wordt soms betoogd dat traditionele joodse en christelijke kerkgenootschappen enerzijds en overige rsli’s anderzijds geen gelijke gevallen zijn omdat kerkgenootschappen een lange geschiedenis van filantropie in de Nederlandse samenleving kennen en dat de bijzondere rechtspositie van kerkgenootschappen aldus historisch is gegroeid. Gezien de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving en mijn bevindingen in hoofdstuk 3 Nederlands historisch en maatschappelijk perspectief bestaat de kans dat andere rsli’s een vergelijkbare functie in de huidige samenleving vervullen als traditionele kerkgenootschappen. Een vergelijkend sociologisch onderzoek hiernaar zou meer helderheid kunnen brengen. Als dat onderzoek zou uitwijzen dat kerkgenootschappen en andere rsli’s een vergelijkbare rol vervullen, pleit dit voor openstelling van de rechtsvorm kerkgenootschap voor alle rsli’s en opheffing van de verschillen in fiscale behandeling tussen kerkgenootschappen en andere rsli’s.