Einde inhoudsopgave
Codes en convenanten (SteR nr. 20) 2014/2.4.1
2.4.1 Rol Europese Commissie
mr. A.G.D. Overmars, datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- Auteur
mr. A.G.D. Overmars
- JCDI
JCDI:ADS362653:1
- Vakgebied(en)
Onderwijsrecht / Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 2006/123/EG, PbEG 2006, L 376/36. Artikel 37 lid 1 luidt: ‘De lidstaten treffen in samenwerking met de Commissie flankerende maatregelen om de opstelling, met name door beroepsorden, -organisaties en -verenigingen, op communautair niveau van gedragscodes die gericht zijn op de vergemakkelijking van het verrichten van diensten of de vestiging van een dienstverrichter in een andere lidstaat, met inachtneming van het Gemeenschapsrecht, aan te moedigen.’ Punt 113 van de considerans van de richtlijn: ‘Er dient te worden bepaald dat de lidstaten in samenwerking met de Commissie de opstelling van communautaire gedragscodes door de betrokkenen aanmoedigen, met name om de kwaliteit van de diensten te bevorderen met inachtneming van de specifieke kenmerken van elk beroep’. De richtlijn geeft verder aan (punten 114 en 115 van de considerans) wat deze gedragscodes voor normen dienen te bevatten: ‘Deze gedragscodes moeten, naargelang de specifieke aard van elk beroep, voorschriften voor commerciële communicatie in verband met de gereglementeerde beroepen bevatten, alsmede ethische en gedragsregels voor de gereglementeerde beroepen, die met name de onafhankelijkheid, de onpartijdigheid en het beroepsgeheim beogen te waarborgen.’
Europese Commissie – DG voor de Interne Markt en Diensten, Enhancing the quality of services in the Internal Market: The role of European codes of conduct, Brussel 2007, p. 1. Het document is te downloaden via: http://ec.europa.eu/internal_market/services/services-dir/conduct_en.htm.
Bron; M. Menting, Terra incognita: de functies van gedragscodes in het privaatrecht. Een verkennend empirisch onderzoek, scriptie Research Master in Law, Universiteit van Tilburg, Tilburg 2011.
Zie het Persbericht van 5 maart 2011, Woningkredieten: Commissie steunt richtsnoeren inzake voorafgaande voorlichting voor consumenten (IP/01/35), http://europa.eu/rapid/ press-ReleasesAction.do?reference=IP/01/305&format=HTML&aged=1&language=NL&guiLanguage=en
Aanbeveling 2001/193/EG, PbEG 2001, L 69/25. Hiermee is de gedragscode als gedragslijn door de Commissie voorgeschreven, zonder dat dit juridische verplichtingen schept voor degenen die de aanbeveling opvolgen.
Zoals gesteld, Europese richtlijnen bieden soms expliciet ruimte voor de toepassing van zelfregulering. Op deze wijze is de Europese Commissie actief betrokken bij de totstandkoming van Europese gedragscodes. Artikel 37 van de Dienstenrichtlijn bepaalt dat de lidstaten in samenwerking met de Europese Commissie maatregelen moeten treffen om het oprichten van Europese gedragscodes gericht op de vergemakkelijking van het vrij verkeer van diensten aan te moedigen.1 Een goede kwaliteit van diensten is een essentieel onderdeel van het algemene doel van de richtlijn, te weten het fadliteren van de vestigingsvrijheid en de vrijheid van diensten in de Europese Unie.2 De gedragscode die in dit kader is opgesteld is de European Deontological Codefor Providers of Architectural Services.3 In de gedragscode wordt verwezen naar een aantal bepalingen uit de Dienstenrichtlijn waarop de gedragscodebepaling is gebaseerd en waarin de relevante bepalingen worden geconcretiseerd.
Daarnaast was de druk vanuit de Commissie bijvoorbeeld aanleiding voor het opstellen van de Code of conduct on pre-contractual information for home-loans.4 Deze druk bestond, anders dan bij de nationale branchecodes, niet zozeer uit een dreiging om tot wetgeving over te gaan; de Commissie voerde veeleer actief beleid om de private partijen tot zelfregulering te bewegen.5 De Commissie achtte verbetering van de consumentenvoorlichting en het vergroten van de consumentenbescherming op de Europese financiële retailmarkten noodzakelijk (teneinde een ‘optimale interne markt’ te realiseren). Ze heeft deze verbetering echter niet zelf ter hand genomen maar een dialoog georganiseerd tussen hypotheekaanbieders en consumenten. Binnen deze dialoog is de gedragscode uiteindelijk tot stand gekomen.6 De Commissie heeft de gedragscode bovendien van politiek draagvlak voorzien door deze in een aanbeveling officieel te erkennen.7